De rentestijging verspreidt zich wereldwijd

Markten & Beleggingen - 1 october 2026

De rentestijging verspreidt zich wereldwijd

Geschreven door Dr. Ulrich Stephan - Chief Investment Officer Germany, Dr. Dirk Steffen - Chief Investment Officer EMEA, Ahmed Khalid - Senior Investment Strategist en Kaniz Fatema Rupani - Investment Strategist

Dit artikel is gebaseerd op de publicatie "PERSPECTIVES Viewpoint Fixed Income - The yield rise goes global" van het Chief Investment Office, gepubliceerd op 17 september 2026.

Nu de aandelenmarkten sterke prestaties neerzetten en artificiële intelligentie (AI) het beleggingsdebat domineert, lijkt het misschien paradoxaal dat de obligatiemarkten mogelijk nog meer de aandacht trekken. Toch beperkt dit fenomeen zich niet tot één land: het gaat om een wereldwijde trend.

Op korte termijn zien we vooral kansen in obligaties met een korte tot middellange looptijd, nu de vrees voor een langdurig restrictief monetair beleid een hoogtepunt lijkt te bereiken. Tegelijk verdienen ook langlopende obligaties aandacht bij de huidige rendementsniveaus, vooral voor beleggers met een hogere risicobereidheid en een langere beleggingshorizon.

Amerikaanse Treasuries: de prijs van economische kracht

Het meest voor de hand liggende vertrekpunt is de grootste markt voor staatsobligaties ter wereld: die van de Amerikaanse Treasuries. De tweejaarsrente schommelt rond 4,9%, of 138 basispunten (bp) hoger dan begin dit jaar. De tienjaarsrente staat boven 5,2%, een stijging met meer dan 100 bp, terwijl de dertigjaarsrente boven 5,5% uitkomt, bijna 70 bp hoger dan aan het begin van het jaar.

Voor deze rentestijging bestaat geen eenduidige verklaring. Ze is het resultaat van een uitzonderlijke combinatie van monetaire, structurele en budgettaire factoren, waarvan de meeste niet snel zullen verdwijnen.

De drijvende krachten achter de stijging van de Amerikaanse rente

Om deze beweging beter te begrijpen, is het nuttig om de nominale rente te beschouwen als de som van de inflatieverwachtingen (break-eveninflatie) en de reële rente. Gezien de stijging van de energieprijzen sinds het begin van het conflict met Iran, zou men kunnen denken dat de hogere inflatieverwachtingen de belangrijkste oorzaak zijn van de stijging van de nominale rente. Dat is echter niet het geval. De break-eveninflatie verklaart slechts ongeveer een zevende van de rentestijging. Het grootste deel is toe te schrijven aan de reële rente.

De eerste en meest voor de hand liggende verklaring is de spectaculaire omslag in de verwachtingen voor het Amerikaanse rentebeleid. Eind februari gingen de markten ervan uit dat de effectieve federal funds rate, of beleidsrente, in juni 2027 rond 2,9% zou liggen. Vandaag ligt die verwachting dichter bij 4,8%. Dat komt neer op een bijstelling met ongeveer 190 bp, of meer dan zeven renteverhogingen van telkens 25 bp. De relatief beperkte stijging van de inflatieverwachtingen wijst er bovendien op dat beleggers erop blijven vertrouwen dat de Federal Reserve (Fed) de prijsdruk onder controle kan houden. Vooral de tweejaarsrente werd sterk beïnvloed door deze bijstelling van het verwachte rentepad.

AI, schulden en tekorten: aanhoudende druk

Ook artificiële intelligentie speelt een belangrijke rol. De opmars van AI en de sterke winstgroei hebben kapitaal richting Amerikaanse aandelen gezogen, waardoor ze rechtstreeks concurreren met obligaties. Tegelijk financieren bedrijven hun omvangrijke AI-investeringen steeds vaker via de obligatiemarkt. Deze langlopende, hoogwaardige bedrijfsobligaties bieden institutionele beleggers vaak een aantrekkelijk rendement ten opzichte van Amerikaanse staatsobligaties. Daarnaast blijven de oplopende begrotingstekorten en de snel stijgende staatsschuld wegen op het beleggerssentiment. Berichten dat de Amerikaanse schuld de grens van 40.000 miljard dollar nadert, hebben deze bezorgdheid nog versterkt.

Volgens ramingen van het Congressional Budget Office zullen de Amerikaanse begrotingstekorten het komende decennium bijna 7% van het bbp bedragen, waardoor meer staatsobligaties moeten worden uitgegeven. Een faillissement van de overheid lijkt onwaarschijnlijk, maar beleggers eisen al ruim op voorhand een hogere risicopremie wanneer de schuld blijft oplopen zonder een geloofwaardig plan om ze te stabiliseren.

Nog belangrijker is waarvoor dat geld wordt gebruikt. Begrotingsuitgaven stimuleren de groei en de vraag in een economie die tot voor kort op jaarbasis nog met meer dan 6,5% groeide. De extra overheidsuitgaven wakkeren de inflatiedruk dan ook aan. Beleggers houden dus niet alleen rekening met een groter obligatieaanbod, maar ook met een economie die wordt gekenmerkt door een krappe arbeidsmarkt, een robuuste consumptie en een centrale rol in de wereldwijde golf van AI-investeringen.

Onze vooruitzichten van 4% voor de tweejaarsrente, 4,5% voor de tienjaarsrente en 5,1% voor de dertigjaarsrente weerspiegelen onze verwachting dat de Fed uiteindelijk een iets soepeler beleid zal voeren dan momenteel door de markten wordt ingeprijsd. Ze betekenen echter niet dat de onderliggende structurele druk op de rente zal verdwijnen.

Frankrijk: begrotingszorgen blijven wegen

Frankrijk blijft de zwakke schakel van de eurozone. Het renteverschil met Duitsland staat op het hoogste niveau sinds de Europese schuldencrisis, terwijl de hoge begrotingstekorten en de politieke onzekerheid druk blijven uitoefenen. Hoewel veel slecht nieuws al in de koersen is verwerkt, zullen beleggers elk begrotingsplan de komende jaren nauwlettend beoordelen. Een duurzame daling van de Franse risicopremie lijkt dan ook weinig waarschijnlijk.

Italië: betere overheidsfinanciën, maar minder Europese steun

Italië blijft gevoelig voor schokken in de energieprijzen, maar de begrotingssituatie is aanzienlijk verbeterd. Het tekort lijkt opnieuw aan de Europese normen te voldoen, wat de geloofwaardigheid versterkt. Tegelijk loopt het Europese programma voor herstel en veerkracht ten einde, wat de vraag oproept of de economie zonder deze steun voldoende groei kan realiseren. Dankzij een grotere begrotingsdiscipline en gunstige ratingvooruitzichten verwachten we dat het renteverschil met Duitsland nog verder kan afnemen.

Spanje: een sterke economie biedt steun

De Spaanse economie presteert beter dan die van de meeste landen in de eurozone en combineert deze groei met een daling van het begrotingstekort en de schuldgraad. Daardoor blijven de renteverschillen met Duitsland relatief beperkt. De politieke verdeeldheid en het wegvallen van de Europese steun vormen weliswaar risico’s, maar voorlopig wegen de sterke economische fundamenten zwaarder.

Japan: hogere rentes en een vlakkere rentecurve

Sinds begin 2026 is de Japanse rente over de hele curve aanzienlijk gestegen. De rente op tweejarige Japanse staatsobligaties nam met ongeveer 77 bp toe tot 1,95%, terwijl de tienjaarsrente met circa 98 bp steeg tot 3,05%. Beide niveaus zijn de hoogste in meerdere decennia.

Inflatie en normalisering van het monetaire beleid

De normalisering van het beleid van de Bank of Japan (BoJ) heeft de rente hoger geduwd. Naast de aanhoudende inflatie spelen ook de afbouw van de obligatieaankopen door de centrale bank, de stijgende termijnpremies en een expansief begrotingsbeleid een rol.

Wij verwachten dat de onderliggende inflatiedruk sterk blijft door de stijgende lonen en de aanhoudende doorrekening van hogere kosten. Hoewel de groei tijdelijk kan vertragen door de hogere energieprijzen, zouden stijgende inkomens, begrotingssteun en toenemende bedrijfsinvesteringen de economie moeten blijven ondersteunen. Zo houdt de BoJ ruimte om haar beleid verder te normaliseren.

Aan het lange einde van de rentecurve houdt de afbouw van de obligatieaankopen de opwaartse druk op de rente in stand. De Japanse schuld blijft evenwel beheersbaar dankzij een gezonde nominale groei, een solide binnenlandse beleggersbasis en een begroting die vóór rentelasten nagenoeg in evenwicht is. Een expansiever begrotingsbeleid blijft het belangrijkste opwaartse risico. Toch verwachten we dat binnenlandse en buitenlandse beleggers het extra obligatieaanbod grotendeels zullen opnemen. De Japanse rente zal dus waarschijnlijk hoog blijven, maar een nieuwe forse stijging lijkt minder waarschijnlijk.

We verwachten dat de tweejaarsrente tegen september 2027 stijgt tot ongeveer 2%, terwijl de tienjaarsrente zich rond 3% zou stabiliseren. Daardoor zou de rentecurve licht afvlakken. Daarnaast verwachten we nog twee renteverhogingen door de BoJ, waardoor de beleidsrente tegen het einde van het derde kwartaal van 2027 op 1,75% zou uitkomen.

Conclusie

Al geruime tijd gaan we ervan uit dat de rente langer hoog zal blijven. De recente stijging weerspiegelt vooral de hogere verwachtingen voor het rentebeleid van de centrale banken, in combinatie met een veerkrachtige economische groei en oplopende begrotingstekorten. De toegenomen uitgifte van staatsobligaties zet de rendementen bovendien verder onder opwaartse druk, terwijl beleggers een hogere vergoeding eisen om langlopende obligaties aan te houden.

Hoewel deze structurele factoren de rente waarschijnlijk langer relatief hoog zullen houden, kan een deel van de recente stijging geleidelijk wegebben. Voor obligatiebeleggers creëert dat mogelijk interessante vooruitzichten.

Alle cijfers zijn gebaseerd op gegevens van Bloomberg van 28 september 2026.

Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.

Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.

Rendementen uit het verleden zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige rendementen.

Ontvang het belangrijkste financiële nieuws per e-mail

Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.

Deel dit artikel


Dit zou u ook kunnen interesseren

AI, olie en rente: drie krachten die de markten sturen

18 september 2026

AI, olie en rente: drie krachten die de markten sturen

Fed verhoogt rente en blijft vastberaden in haar strijd tegen inflatie

17 september 2026

Fed verhoogt rente en blijft vastberaden in haar strijd tegen inflatie

Dreiging voor Saoedische olieaanvoer zet markten op scherp

14 september 2026

Dreiging voor Saoedische olieaanvoer zet markten op scherp

1 De term "fonds" is de gebruikelijke benaming voor een Instelling voor Collectieve Beleggingen (ICB), die kan bestaan onder het statuut van een ICBE (UCITS) of een AICB (niet-UCITS), en die diverse rechtsvormen kan aannemen (bevek, GBF enz.). Een ICB kan compartimenten bevatten. De fondsen zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel stijgen als dalen en mogelijk krijgen beleggers het bedrag van hun belegging niet terug.

×