De oliemarkten begonnen de week met een stevige opstoot. Brentolie noteerde maandag ongeveer 3% hoger, dicht bij 108 dollar per vat. De droneaanvallen op de Saoedische olie-infrastructuur waren de aanleiding voor deze prijsstijging. Afgelopen donderdag werden pompstations van de cruciale Oost-Westpijpleiding, beter bekend als Petroline, aangevallen. Volgens berichten zouden militanten in Irak achter de aanval zitten. Tot dusver is schade bevestigd aan twee pompstations in de regio’s Riyad en Medina.
De pompstations houden de druk op peil die nodig is om ruwe olie door de ongeveer 1.200 kilometer lange pijpleiding te vervoeren. Saoedi-Arabië schortte de oliestroom door de leiding uit voorzorg tijdelijk op. Petroline heeft een capaciteit van 7 miljoen vaten per dag en is van groot strategisch belang: de pijpleiding maakt het mogelijk de Straat van Hormuz te omzeilen en olie naar de haven van Yanbu aan de Rode Zee te brengen.
Yanbu verwerkt op zijn beurt het grootste deel van de Saoedische olie-export. Vóór het conflict met Iran was dat naar schatting slechts 10 tot 15%. Die alternatieve route zorgde ervoor dat de druk op het aanbod verlicht werd en voorkwam dat de olieprijs naar economisch ontwrichtende niveaus steeg. Volgens sommige berichten dreigt Yanbu bij een langdurige stillegging van Petroline binnen ongeveer een week door zijn olievoorraden heen te raken.
Aandelenkoersen staan na de aanvallen onder druk. Amerikaanse beurzen verliezen om en bij de 0,5% en Europese rond 1%. De zwakke beursdag houdt deels ook verband met de oproep van bedrijfsleiders en onderzoekers om de ontwikkeling van artificiële intelligentie te vertragen.
De obligatiemarkten bleven relatief rustig nadat ze de voorbije weken al forse rentebewegingen lieten optekenen. De rente op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties bleef vrijwel onveranderd en noteerde dicht bij de 5%. De Duitse tienjaarsrente steeg met 2 basispunten. Op de valutamarkt won de dollar terrein: alle andere G10-valuta’s verzwakten tegenover de Amerikaanse munt, terwijl de euro meer dan 0,4% verloor.
Het risico rond kritieke infrastructuur zoals pijpleidingen en havens is al langer bekend. Omdat deze infrastructuur essentieel is voor de wereldhandel en tegelijk grote strategische invloed biedt, vormt ze een aantrekkelijk doelwit voor Iran, de Houthi’s en andere bondgenoten in de regio.
Dat de Saoedische autoriteiten de stillegging als een voorzorgsmaatregel omschrijven, biedt enige geruststelling. Toch is er nog geen tijdschema voor de heropening en evenmin een gedetailleerde schadeanalyse. Voor de markt telt daarom vooral hoe snel de oliestromen worden hervat en of de voorraden in Yanbu volstaan om de onderbreking te overbruggen.
Op het huidige niveau zorgt de olieprijs al voor onrust bij beleggers. Een langere periode van dure olie, LNG en brandstoffen werkt in de eerste plaats als een negatieve aanbodschok: de inflatie loopt op, terwijl koopkracht, consumptie en investeringen verzwakken.
De Verenigde Staten kunnen relatief weerbaar blijven dankzij hun lagere afhankelijkheid van ingevoerde energie. De eurozone is kwetsbaarder, omdat haar energiefactuur hoger ligt en stijgende kosten sterker kunnen doorwerken in lonen en kerninflatie. Als vuistregel verhoogt een blijvende stijging van de olieprijs met 10% de Amerikaanse totale inflatie met ongeveer 0,2 procentpunt en verlaagt ze de economische groei met circa 0,1 procentpunt. In de grote economieën van de eurozone kan de inflatie 0,1 tot 0,5 procentpunt hoger uitvallen, met een vergelijkbare rem op de groei.
Hoe langer de energieprijzen hoog blijven, hoe groter het risico dat de economische gevolgen zich opstapelen. Hogere energie- en transportkosten sijpelen dan door in de toeleveringsketens, drukken de winstmarges en kunnen de inflatieverwachtingen opdrijven. Centrale banken komen zo opnieuw voor een lastig dilemma te staan: de inflatie bestrijden zonder de groei al te zwaar af te remmen.
Overheden kunnen de klap voor gezinnen en bedrijven verzachten, maar zulke maatregelen dreigen de inflatiedruk langer in stand te houden en de al hoge begrotingstekorten verder te vergroten. Economieën kunnen zich op langere termijn aanpassen door handelsstromen, toeleveringsketens en transportnetwerken te herschikken. Op korte termijn blijven de gevolgen echter duidelijk: meer inflatie, zwakkere consumptie, minder investeringen en een tragere economische groei.
De obligatiemarkten hadden al geanticipeerd op een strakker monetair beleid, waardoor de rente in verscheidene grote markten opliep. Een aanhoudende stijging van de energieprijzen kan die beweging aanvankelijk versterken. Ze duwt de inflatieverwachtingen op korte termijn hoger en vergroot de kans dat centrale banken hun beleid langer restrictief houden.
Later kan het rentebeeld minder eenduidig worden. Als dure energie de groei begint af te remmen, kunnen rentecurves afvlakken en kunnen langlopende staatsobligaties opnieuw profiteren van de vraag naar langere looptijden en veiligheid. Dat is vooral relevant voor Europa, waar hoge gasprijzen en de noodzaak om de voorraden vóór de winter aan te vullen de inflatoire impact van duurdere olie nog kunnen versterken.
Beleggers kunnen de huidige hogere obligatierentes voor langere tijd vastklikken. Daardoor neemt de concurrentie om kapitaal tussen obligaties en aandelen toe. Aandelen bleven tot dusver veerkrachtig dankzij sterke bedrijfswinstgroei en aanhoudende investeringen in de AI-kapitaalcyclus. Toch creëren hogere olieprijzen en obligatierentes een veeleisender klimaat, vooral voor energie-intensieve bedrijven, consumentgerichte ondernemingen en sterk met schulden gefinancierde sectoren. Een selectieve toevoeging van defensieve sectoren kan de portefeuille robuuster maken.
De markten gaan een uitdagende periode tegemoet. Geopolitieke ontwikkelingen, energieprijzen, de vraag of de AI-supercyclus standhoudt en bewegingen op de obligatiemarkt kunnen elkaar afwisselen of zelfs tegelijk toeslaan.
Toch blijft het beeld voor aandelen op middellange termijn constructief. Sterke bedrijfswinsten bieden steun, terwijl de wereldeconomie relatief veerkrachtig oogt en het recessierisico beperkt blijft. Een nieuwe koerszwakte kan daarom aantrekkelijke koopkansen creëren. Voor beleggers blijft de boodschap evenwel helder: grondige risicoanalyse en actief risicobeheer zijn belangrijker dan ooit.
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.
In het verleden behaalde resultaten vormen geen betrouwbare indicatie voor toekomstige resultaten. De resultaten hebben betrekking op een nominale waarde op basis van koersmeer- en minwaarden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. De inflatie heeft een negatieve invloed op de koopkracht van deze nominale geldwaarde. Afhankelijk van het inflatieniveau kan dit leiden tot een reëel waardeverlies, zelfs als het nominale rendement van de belegging positief is.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.