Hoe ontwikkelt de wereldeconomie zich de komende maanden, en wat betekent dat voor beleggers? Dit zijn de actuele inzichten en verwachtingen van het Chief Investment Office van Deutsche Bank voor de komende 12 maanden.
Samengevat
Inhoudstafel
De Amerikaanse economie verloor in het tweede kwartaal wat vaart. De reële groei (gecorrigeerd voor inflatie) vertraagde op jaarbasis van 2,1% naar 1,5%. De nominale groei (niet gecorrigeerd voor inflatie) versnelde daarentegen tot 8%, aangedreven door hogere prijzen. Die weerspiegelen zowel de dure energie als de sterke vraag naar goederen en diensten. Doorgaans gaat hogere inflatie samen met een verzwakkende vraag, maar daar zijn dus nog weinig tekenen van. Dat komt deels door de Amerikaanse beurzen die het uitmuntend hebben gedaan. Ze noteren op recordniveaus en dat dikt de vermogens van de Amerikanen aan. Bovendien geven de vele fiscale stimuli de economie nog steeds bijkomende slagkracht.
Ondertussen blijven de investeringen in artificiële intelligentie bijzonder hoog. Alleen al de vijf grootste Amerikaanse bedrijven die in AI-infrastructuur investeren, zullen volgend jaar naar verwachting samen tot 1.000 miljard dollar uitgeven. De overheid blijft intussen wel jaarlijkse begrotingstekorten van circa 2.000 miljard dollar optekenen. Tegen die achtergrond verwachten we dat de Amerikaanse economie toch robuust blijft, met een groei van 2,1% in 2026 en 2% in 2027.
Midden september verhoogde, zoals verwacht, de Federal Reserve de beleidsrente naar een vork tussen 3,75% en 4%. Dat moet helpen om de inflatie in te dijken. Die zou geleidelijk moeten afkoelen van gemiddeld 3,2% in 2026 naar 2,3% in 2027, dichter bij de doelstelling van 2%.
De economie van de eurozone won in het tweede kwartaal opnieuw aan kracht. Na de stilstand begin dit jaar versnelde de groei naar 0,4% ten opzichte van het eerste kwartaal. Stevige AI-investeringen en aanhoudende overheidsuitgaven compenseerden de impact van het conflict in de Golfregio. Althans tot dusver. Zolang de energiekosten niet opnieuw en blijvend [KT2.1]fors oplopen, zou die rugwind de activiteit moeten blijven ondersteunen. We verwachten een groei van 0,9% in 2026 en 1,3% in 2027.
De inflatie zal waarschijnlijk traag afnemen: volgens onze verwachtingen van gemiddeld 3,1% in 2026 naar 2,5% in 2027. De Europese Centrale Bank (ECB) blijft daarom wellicht op haar hoede. Na de renteverhoging met 25 basispunten in september, denken we dat de centrale bank verder de kat uit de boom zal kijken. Gezien de veerkracht van de economie lijken renteverlagingen onwaarschijnlijk. We verwachten dat de depositorente over 12 maanden op 2,5% blijft.
De Japanse economie groeide in het tweede kwartaal met 0,4% tegenover het vorige kwartaal, iets minder dan de 0,5% in het eerste. Bedrijven putten uit hun voorraden in plaats van bij te produceren en dat drukt het bbp-cijfer, al is de vraag zelf niet zwakker. Samen met de aantrekkende prijzen wijst dat op een stevigere nominale groei.
Vooruitkijkend zouden de stijgende inkomens, aanhoudende budgettaire steun en herstellende bedrijfsinvesteringen de groei moeten optillen van 0,8% in 2026 naar 1% in 2027. De inflatie schatten we op 2% in 2026 en 1,8% in 2027, deels door de geplande verlaging van de belasting op voeding vanaf april 2027. De onderliggende prijsdruk en de zwakke yen zullen de Bank of Japan er wellicht toe aanzetten om de rente nog drie keer te verhogen, tot 1,75% tegen eind september 2027.
De Chinese groei vertraagde in het tweede kwartaal van 5% naar 4,3% op jaarbasis, en de eerste cijfers van het derde kwartaal wijzen op een verdere afkoeling, deels door slechte weersomstandigheden. Achter die cijfers gaat een erg ongelijk beeld schuil. De exportgerichte industrie en de technologiesector blijven stevig groeien, terwijl de vastgoedmarkt en bepaalde segmenten van de binnenlandse consumptie zwak blijven. Dat houdt de prijsdruk laag.
Peking zal daarom vooral de uitrol van eerder aangekondigde steunmaatregelen versnellen dan een breed stimuluspakket lanceren, zeker nu de officiële groeidoelstelling van 4,5% tot 5% voor 2026 binnen bereik blijft. We verwachten een groei van 4,6% in 2026 en 4,5% in 2027.
De wereldwijde aandelenmarkten blijven het goed doen, ondanks de aanhoudende geopolitieke onzekerheid, de opnieuw stijgende energieprijzen en de hogere obligatierendementen. Het sterke resultatenseizoen van het tweede kwartaal versterkte het vertrouwen in de AI-investeringscyclus. Bovendien breidt de bedrijfswinstgroei zich verder uit over meer sectoren en regio's, wat de aantrekkingskracht van aandelen wereldwijd vergroot.
Het resultatenseizoen van de S&P 500-bedrijven was een van de beste in vijf jaar. Dat stemt hoopvol over de bedrijfswinstgroei tot en met 2027. Aanhoudende AI-investeringen, een golf die zich over steeds meer sectoren verspreidt en een veerkrachtige economie kunnen de beurzen hoger stuwen.
Hogere rendementen op obligaties, tijdelijk zwakkere consumentenbestedingen en toegenomen beleidsonzekerheid kunnen de volatiliteit1 wel doen toenemen vanaf de huidige lage niveaus. Toch zou de sterke winstgroei Amerikaanse aandelen moeten blijven schragen. Aangezien de bedrijfswinsten de komende 12 maanden naar verwachting met meer dan 20% stijgen, blijven we positief en verhogen we ons koersdoel voor de S&P 500 naar 8.400 punten.
Europese aandelen presteerden goed, ondanks de hernieuwde zorgen over energie. De winsten van de STOXX Europe 600-bedrijven stegen in het tweede kwartaal met 24% op jaarbasis, en met meer dan 10% als we de energiesector buiten beschouwing laten. Ook buiten de energiesector groeien de winsten dus door, wat wijst op een breder economisch herstel. De winstgroei blijft weliswaar trager dan in de VS, en de hogere energieprijzen en gestegen rente vormen risico's. Maar het verbeterende economische klimaat en de breed gedragen opwaartse bedrijfswinstgroeiherzieningen creëren een gunstige omgeving. We verhogen ons koersdoel voor de STOXX Europe 600 naar 690 punten.
Het sterke resultatenseizoen, aanhoudende AI-investeringen en het groeivriendelijke beleid van premier Takaichi blijven de Japanse markt ondersteunen. Stijgende lonen en aantrekkende inflatie tonen dat Japan zich verder losmaakt van zijn jarenlange deflatoire omgeving, wat de omzetten en winsten van bedrijven ten goede komt. Scherpe bewegingen van de yen kunnen voor volatiliteit op de aandelenmarkt zorgen. Een zwakke yen ondersteunt de winsten van exporteurs, terwijl een sterkere yen internationale beleggers dan weer wisselkoerswinst oplevert. We verhogen ons koersdoel voor de MSCI Japan naar 2.760 punten.
De vraag naar halfgeleiders en AI-infrastructuur blijft exportgerichte Aziatische markten zoals Zuid-Korea en Taiwan onder stoom houden. In China blijven de techsector, de geavanceerde maakindustrie en andere strategische sectoren vooruitgaan. Dat kan de winstgroei en het beleggerssentiment ondersteunen, ook al blijft de bredere economie ongelijk presteren. De winsttrends blijven dus gunstig, maar de verhoogde geopolitieke onzekerheid en de hoge energieprijzen voor energie-importerende landen kunnen op het sentiment wegen. Daarom zijn we iets voorzichtiger en verlagen we ons koersdoel op twaalf maanden voor de MSCI Emerging Markets naar 1.790 punten.
De rendementen op Amerikaanse staatsobligaties zijn gestegen door een samenloop van factoren: hoge energieprijzen, hardnekkige inflatie, sterke nominale groei, aanhoudende begrotingstekorten en hoge schuldniveaus, verwachtingen over het Fed-beleid en de extra vergoeding die beleggers eisen nu de Fed minder duidelijk communiceert over haar toekomstige koers. De grote financieringsbehoeften van de Amerikaanse overheid concurreren bovendien om het kapitaal van beleggers met de groeiende stroom aan AI-gerelateerde bedrijfsobligaties.
Ingrepen van het Amerikaanse ministerie van Financiën kunnen heftige koersschommelingen op korte termijn temperen, maar zolang de begrotingsvooruitzichten niet verbeteren, blijven de rendementen hoog. De markt gaat er vandaag vanuit dat de Fed een krap monetair beleid blijft voeren. Wij denken dat de centrale bank uiteindelijk meer beleidsruimte zal creëren, en dat zou de rendementen wat moeten verlagen. Onze rendementsdoelstelling voor Treasuries (10 jaar) voor september 2027 bedraagt 4,5%; voor de tweejarige looptijd verwachten we 4%.
De zorgen over de houdbaarheid van de wereldwijde schulden en de invloed van de Amerikaanse rente houden de rendementen op Bunds hoog. Ze zouden een stukje moeten dalen naarmate de inflatiedruk door de hoge energieprijzen wegebt en de effecten verminderen van de recente rentestijging die vanuit de rest van de wereld op de Bunds oversloeg. Blijft de inflatie hardnekkig, komen er meer obligaties op de markt dan verwacht of daalt de vraag naar lange looptijden, dan kunnen de rendementen zelfs stijgen. Onze rendementsdoelstelling voor Bunds (10 jaar) voor september 2027 bedraagt 3,1%; voor de tweejarige looptijd verwachten we 2,6%.
Het renteverschil tussen Italiaanse en Duitse staatsobligaties zou beperkt moeten blijven. De politieke stabiliteit en het scenario van een hogere kredietrating houden Italië uit de wind, waardoor de risico's ongeveer in evenwicht zijn. Frankrijk kampt daarentegen met grotere risico's rond de begroting en de verkiezingen, al zijn die deels al in de koersen verwerkt.
De rente op kortlopend Japans staatspapier volgt de Bank of Japan, die haar beleid stap voor stap verstrakt en de rente dus verder optrekt. Aan de lange kant is de begroting bepalend: hoe meer de overheid uitgeeft, hoe hoger de vergoeding die beleggers vragen om hun geld lang uit te lenen. Toch blijft de Japanse schuldenlast beheersbaar. De overheid houdt haar begroting in evenwicht als men de rentelasten buiten beschouwing laat, en de economie groeit gezond. Dat houdt de langetermijnrente in toom. Onze doelstellingen voor september 2027: 2% voor de 2-jaarsrente en 3% voor de 10-jaarsrente. Het verschil tussen beide wordt dus iets kleiner.
Bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit (Investment Grade2) noteren zowel in dollar als in euro tegen erg krappe spreads: beleggers krijgen dus weinig extra vergoeding bovenop wat een staatsobligatie opbrengt. Veel verder kan die vergoeding niet zakken, en licht oplopen ligt meer voor de hand. Gezonde bedrijfsbalansen en een aantrekkelijk totaalrendement houden de beweegruimte wel binnen de perken. Daar komt bij dat bedrijven massaal obligaties uitgeven om hun AI-investeringen te financieren, vooral in dollar, maar straks ook steeds meer in euro. Dat extra aanbod drukt de koersen. Wie in dit segment belegt, moet zijn rendement dus vooral van de coupon verwachten, niet van de potentiële koerswinst.
Ook bij High Yield-obligaties3, met een lagere kredietkwaliteit maar een hogere coupon, zitten de spreads historisch laag. Hetzelfde beeld dus: eerder een licht hogere spreads dan een verdere daling, afgeremd door de gezonde bedrijfscijfers en de royale coupons. Het verschil zit in de kwetsbaarheid. De rente blijft langer hoog dan gedacht, en wie zijn schulden binnenkort moet herfinancieren, doet dat tegen een fors hogere prijs. Voor de zwakste uitgevende bedrijven knelt dat. De financiering van AI-projecten kan de kloof tussen sterke en zwakke namen nog vergroten.
Aziatische bedrijfsobligaties staan er stevig voor. De bedrijven zijn financieel gezond, er is voldoende geld in de markt en beleggers blijven op zoek naar opportuniteiten. Toch zouden de spreads licht kunnen oplopen, door de hoge olieprijzen, het strengere beleid van de centrale banken in de regio en de hoge Amerikaanse rente.
Bij staatsobligaties van opkomende landen verwachten we weinig beweging. De hogere Amerikaanse rente zet die markt onder druk. Daar staat tegenover dat veel van die landen meer verdienen aan hun export dan ze voor hun invoer betalen, dat de dollar verzwakt en dat de rendementen aantrekkelijk blijven. Veel lager kunnen de spreads sowieso niet, want ze zijn al krap.
De verstoringen in de Straat van Hormuz houden de olieprijzen volatiel. Gelukkig is de wereldeconomie minder olie-intensief dan enkele decennia geleden, en houden alternatieve pijpleidingen en scheepvaartroutes het aanbod maximaal op peil, onder meer via het Suezkanaal en rond Afrika richting Azië. Andere stromen verlopen via zogenaamde 'dark voyages': tankers van staten die hun tracking uitschakelen, of schepen die het risico nemen om de zeestraat over te steken en hun lading daarna van schip op schip over te laden in de Golf van Oman.
De recente prijsstijging van ruwe olie begint wel de stress in de markt voor geraffineerde producten zoals benzine en diesel bloot te leggen. De marges tussen ruwe olie en die eindproducten zijn hoog opgelopen door de verstoorde export uit het Midden-Oosten, aanvallen op Russische raffinaderijen en een lagere raffinagecapaciteit.
Zodra de verstoringen in het Midden-Oosten afnemen, komt er weer meer olie beschikbaar en kunnen de prijzen de komende twaalf maanden zakken. Onze doelstelling voor Brent in september 2027: 79 dollar per vat. Dat scenario staat of valt met een normalisering van de aanvoer. Blijven de problemen aanslepen, dan gaat de olieprijs wellicht de andere kant op. De infrastructuur heeft ook schade opgelopen, het transport verloopt moeilijk en de strategische reserves raken stilaan uitgeput. Dat zijn stuk voor stuk risico's voor de wereldeconomie.
De Europese gasprijzen stegen recent naar hun hoogste niveau sinds begin 2023. Er komt minder vloeibaar gas (LNG) uit het Midden-Oosten, waardoor Europa met een krappere reserve de winter ingaat. Voor de ladingen die nog vrij op de markt komen (vooral Amerikaanse) moet Europa nu harder opbieden tegen Azië. Daar komt bij dat de Europese gasvoorraden voor deze tijd van het jaar lager liggen dan tijdens de crisisjaren 2021 en 2022. Een de-escalatie kan tijdelijk verlichting brengen, maar Europa moet hoe dan ook gas binnenhalen en zijn reserves aanvullen. Een forse prijsdaling zit er de komende maanden dus niet in.
Edelmetalen bleven volatiel in het tweede kwartaal. Beleggers vreesden dat de centrale banken de rente verder zouden optrekken. Dat is slecht nieuws voor goud, dat zelf geen rendement opbrengt. De goudprijs zakte tot een dieptepunt rond 4.000 dollar per ounce, mee omlaag geduwd door beleggers die massaal uit goudtrackers stapten en door speculanten die hun posities op de Amerikaanse termijnmarkten afbouwden.
Daarna keerde de rust terug, deels omdat de markt niet langer rekende op extra renteverhogingen door de Fed. De centrale banken kochten weer goud bij, en ook de trackers en de speculanten keerden geleidelijk terug. Die steun blijft wellicht overeind: de dollar verzwakt licht, de Amerikaanse en wereldwijde begrotingstekorten lopen op en de wereldhandel blijft onzeker. Onze doelstelling voor september 2027: 5.000 dollar per ounce.
De koperprijzen tikten recent een recordniveau aan. Uit vrees voor Amerikaanse invoertarieven sloegen handelaars koper op in magazijnen in de VS, waardoor er in de rest van de wereld minder overbleef. Daar bovenop komt de groeiende vraag vanuit elektriciteitsnetten, hernieuwbare energie, AI-datacenters en infrastructuurwerken.
Het aanbod beent die vraag intussen niet bij. De ertsen die uit de grond komen, bevatten steeds minder koper, mijnbouwers investeren te weinig, een nieuwe mijn openen duurt jaren en bij enkele grote mijnen haperde de productie de jongste maanden. Een tekort in het komende jaar lijkt dan ook waarschijnlijk. Twee zaken kunnen dat beeld kantelen: een zwakkere Chinese vraag, of Amerikaanse handelaars die hun voorraden weer op de markt brengen als de invoertarieven er niet komen. Onze doelstelling voor september 2027: 15.100 dollar per ton.
Momenteel wordt de dollar ondersteund door de verwachtingen rond een strengere rentepolitiek door de Fed, de hoge energieprijzen en het kapitaal dat dankzij de AI-hausse naar de VS stroomt. Daartegenover staat dat de eurozone de hoge energiekosten en de geopolitieke spanningen beter doorstaat dan verwacht, wat de ECB ruimte geeft om haar rente hoog te houden.
Op langere termijn pleit vooral één ding voor een zwakkere dollar: de twijfel over de houdbaarheid van de Amerikaanse overheidsfinanciën. Steeds meer beleggers denken er daardoor aan om hun obligatieportefeuille minder in dollar aan te houden. Toch verwachten we niet meer dan een bescheiden verzwakking. Amerikaanse ingrepen op de valuta- en rentemarkten kunnen voor tegenwind zorgen, maar de sterke bedrijfswinsten en de aantrekkingskracht van het Amerikaanse AI-ecosysteem zouden buitenlands kapitaal moeten blijven aanzuigen. Onze doelstelling voor EUR/USD over 12 maanden: 1,20.
De aanstelling van Andy Burnham als Britse premier en van John Healey als minister van Financiën heeft de markten gerustgesteld en het pond gestabiliseerd. Ook in aanloop naar het autumn budget van 28 oktober blijven beleggers kalm. Het autumn budget is de jaarlijkse najaarsbegroting van de Britse regering. De minister van Financiën presenteert ze in het Lagerhuis en kondigt daarin aan hoeveel de staat verwacht te innen en uit te geven. Uit de optiemarkt, waar beleggers zich indekken tegen koersschommelingen, blijkt dat ze rond die datum veel minder beweging voorzien dan de voorbije jaren. Van de Bank of England verwachten ze voorlopig geen rentewijziging. Verder vooruit zou de stevige Britse economie het pond wat hoger moeten tillen tegenover de dollar, ongeveer in hetzelfde tempo als de euro. We verwachten dat GBP/USD over 12 maanden stijgt naar 1,42.
De Bank of Japan trekt haar rente stap voor stap op, omdat de onderliggende inflatie aanhoudt. Toch verwachten we dat de yen de komende 12 maanden maar bescheiden aansterkt. Daar zijn verschillende redenen voor. Het renteverschil tussen de VS en Japan blijft groot, in Japan zelf ligt de rente nog altijd lager dan de inflatie, Japanse beleggers halen maar mondjesmaat kapitaal terug naar huis, en de overheid houdt haar fiscaal beleid wellicht soepel. Onze verwachting voor USD/JPY over 12 maanden: rond 150.
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
De prognoses in dit artikel zijn gebaseerd op veronderstellingen, ramingen, meningen en hypothetische modellen van het Chief Investment Office (CIO) van de Deutsche Bank groep die onjuist kunnen blijken te zijn en dienen alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies. Rendementen uit het verleden zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige rendementen. Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van de belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing dient in overeenstemming te zijn met het beleggersprofiel (Financial ID) van de cliënt.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
1 Volatiliteit verwijst naar hoeveel en hoe snel de prijs van bv. een aandeel, een obligatie, een fonds of een index verandert in de loop van de tijd.
2 ‘Investment Grade’-obligaties zijn obligaties van uitgevers waarvan de financiële situatie als solide wordt beschouwd. Ze hebben een rating van AAA tot BBB- bij Standard & Poor’s, of een equivalente rating bij Moody’s of Fitch. Hoe hoger de rating, hoe groter de kans dat de belegger op de eindvervaldag wordt terugbetaald door de uitgever (behalve bij faillissement).
3 ‘High Yield’-obligaties zijn obligaties van uitgevers waarvan de financiële situatie als veel riskanter wordt beschouwd. Ze hebben een rating tussen BB+ en D bij Standard & Poor’s, of een equivalente rating bij Moody’s of Fitch. Omdat het risico op wanbetaling door High Yield-uitgevers aanzienlijk hoger is, bieden ze een potentieel hoger rendement dan ‘Investment Grade’-obligaties.