Amerikaanse staatsobligaties trekken momenteel veel aandacht, omdat de rentes flink zijn gestegen nu het toekomstige beleid van de centrale banken ter discussie staat.De rente op 10-jaarsobligaties is gestegen tot meer dan 4,4%, terwijl de 30-jaarsrente de grens van 5% heeft overschreden - niveaus die sinds de periode vlak vóór de financiële crisis niet meer zijn gezien. Tegelijkertijd is de rentecurve afgevlakt door een brede opwaartse beweging over de volledige curve met een sterkere stijging van de kortere looptijden.
Deze herprijzing weerspiegelt een combinatie van factoren, eerder dan één dominante drijfveer. Hoewel de VS slechts beperkt rechtstreeks afhankelijk zijn van oliedoorvoer via de Straat van Hormuz, werken verstoringen in de mondiale olieketen onvermijdelijk via indirecte kanalen door in de binnenlandse prijzen. Hoe langer de productie in het Midden-Oosten verstoord blijft, hoe groter de kans dat het herstel van de productiecapaciteit tijd vergt, zelfs nadat de aanvoer opnieuw op gang komt. Dit vergroot de kans op een langdurige periode van verhoogde energieprijzen. Dergelijke ontwikkelingen zorgen voor onrust op de vastrentende markten, zeker met de reeds sterke inflatiecijfers in de VS, zowel aan consumenten- als producentenzijde.
Daarbovenop zijn de economische indicatoren niet voldoende verzwakt om de Federal Reserve toe te laten de inflatiedruk te negeren. Dit heeft geleid tot een duidelijke verschuiving in de marktverwachtingen voor de Amerikaanse beleidsrente. Voor de energieschok eind februari rekenden de markten nog op net geen drie renteverlagingen van telkens 25 basispunten tegen midden volgend jaar. Dat beeld is sindsdien omgekeerd, waarbij de huidige marktprijzen wijzen op meer dan één renteverhoging over dezelfde periode. Ook budgettaire overwegingen komen opnieuw naar voor: zorgen over de Amerikaanse overheidsfinanciën winnen doorgaans aan belang in periodes van marktstress, zeker nu het conflict rond Iran aanzienlijke uitgaven kan impliceren, bijvoorbeeld via defensie of mogelijke steunmaatregelen voor huishoudens. Tegelijk wordt verwacht dat de fiscale inkomsten uit invoertarieven lager zullen uitvallen dan eerder voorzien.
In ons basisscenario gaan we ervan uit dat de energiemarkten in het derde kwartaal beginnen te stabiliseren, wat leidt tot een geleidelijke daling van de energieprijzen. Onder deze veronderstelling zal vooral de algemene inflatie onder druk blijven, terwijl de kerninflatie relatief afgeschermd is. De economische groei zou bovendien veerkrachtig blijven, ondersteund door aanhoudende investeringen, met name in AI-gerelateerde sectoren. Deze combinatie laat wel ruimte voor monetaire versoepeling. Wij verwachten daarom dat de Fed tegen juni 2027 twee renteverlagingen van telkens 25 basispunten zal doorvoeren.
De korte looptijden van de rentecurve zullen waarschijnlijk het sterkst reageren zodra de verwachtingen van versoepeling beter verankerd raken. Wij gaan ervan uit dat de 2-jaarsrente over de komende twaalf maanden daalt richting 3,4%. Langere looptijden zullen eveneens dalen, zij het in mindere mate, met projecties van 4,2% voor de 10-jaarsrente en 4,95% voor de 30-jaarsrente. Omdat de Amerikaanse overheid schulden blijft maken en er extra onzekerheid is op lange termijn, willen beleggers echter een vergoeding krijgen om hun geld lang vast te zetten, zeker nu ze kritischer kijken naar of het de moeite waard is. De daling van de rente op de lange looptijden zal dus beperkt blijven.
Duitse Bunds hebben de bredere wereldwijde rentestijging gevolgd, waarbij de rendementen de voorbije weken merkbaar zijn opgelopen. De 10-jaars- en 30-jaarsrendementen liggen inmiddels dicht bij hun hoogste niveaus in 15 jaar.
De belangrijkste drijfveer, vooral in de buik van de curve, is een herprijzing van inflatierisico’s als gevolg van hogere energieprijzen. Daardoor staat de ECB opnieuw centraal in de aandacht. De ervaringen van de energiecrisis in 2022 blijven hierbij zeer relevant, want toen werd algemeen aangenomen dat de ECB te lang had gewacht met het optrekken van de rente en daardoor achter de feiten aanliep. Tegen deze achtergrond verhoogde ze de beleidsrente al een eerste keer op 11 juni en beleggers anticiperen nog meer actie na de zomer.
Wij delen de visie dat de ECB ditmaal vroeger moet optreden, als onderdeel van een risicobeheerstrategie. Tegelijk zien wij belangrijke redenen waarom een volledige renteverhogingscyclus zal vermeden worden. Europa blijft sterk afhankelijk van aardgasprijzen, maar ondanks de recente stijging liggen deze nog ver onder de extreme niveaus die volgden op de Russische invasie in Oekraïne. Bovendien heeft een sterker LNG-aanbod vanuit de VS het risico op fysieke tekorten verminderd. Dit geeft de ECB de ruimte om renteverhogingen vooral als signaalinstrument te gebruiken om inflatieverwachtingen te verankeren, eerder dan als start van een langdurige fase met opeenvolgende beleidsrenteverhogingen. In ons basisscenario verwachten wij nog 1 renteverhoging dit jaar, tegenover de twee die momenteel door de markten worden ingeprijsd.
Op langere termijn blijven wij ervan uitgaan dat de inflatiedruk volgend jaar begint af te nemen, naarmate de energiemarkten dit jaar normaliseren. Dit zou de centrale bank in 2027 in staat moeten stellen een soepelere houding aan te nemen, wat ruimte creëert voor lagere kortetermijnrentes. We verwachten daarom dat de 2-jaars Schatz-rente in de komende twaalf maanden daalt richting 2,3%. Ook de langere Bund-rentes zouden moeten dalen, zij het in beperktere mate. Wij voorzien een 10-jaarsrente van 2,9% en een 30-jaarsrente van 3,5% over dezelfde periode.
Een deel van de risicopremie zou moeten afnemen naarmate de inflatiedruk verzwakt. Daarnaast is het huidige renteniveau waarschijnlijk aantrekkelijk voor beleggers die hogere rendementen willen vastzetten in Bunds, die een van de grootste componenten vormen binnen het universum van AAA-staatsobligaties. De hogere financieringsbehoeften van Duitsland hebben het evenwichtsniveau voor lange rentes verhoogd, aangezien beleggers meer compensatie eisen om in langere looptijden te beleggen. Dat blijft een belangrijke structurele factor. Tegelijk is de budgettaire expansie van vorig jaar inmiddels goed verrekend in de marktprijzen. Hoewel budgettaire risico’s niet verdwenen zijn, is er momenteel geen duidelijke tendens richting een nieuwe significante toename van overheidsuitgaven.
Aanhoudende budgettaire steun zou de Duitse economie moeten helpen herstellen, maar de recente energieschok heeft de groeivooruitzichten vertroebeld. Dat beperkt de ruimte voor een aanhoudende stijging van lange rentes. Tevens blijven er opwaartse risico’s bestaan, waaronder mogelijke concurrentie van gezamenlijke EU-schuldemissies en een afname van de vraag naar veilige havens indien vooruitgang wordt geboekt in een vredesakkoord tussen Rusland en Oekraïne.
Figuur 1: Amerikaanse en Europese 10 j rente dichtbij piek over voorbije 15 jaar
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie.
Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies. Rendementen uit het verleden zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige rendementen.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
15 juni 2026
1 De term "fonds" is de gebruikelijke benaming voor een Instelling voor Collectieve Beleggingen (ICB), die kan bestaan onder het statuut van een ICBE (UCITS) of een AICB (niet-UCITS), en die diverse rechtsvormen kan aannemen (bevek, GBF enz.). Een ICB kan compartimenten bevatten. De fondsen zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel stijgen als dalen en mogelijk krijgen beleggers het bedrag van hun belegging niet terug.