Tijdens de vergadering van 28 oktober behield de Federal Reserve (Fed) de federal funds rate op 3,75%-4%. Voorafgaand aan het rentebesluit schatten de markten de kans op een renteverhoging op minder dan 10%. De beslissing om de rente ongewijzigd te laten, kwam dan ook niet als een verrassing. Ze werd goedgekeurd met 10 stemmen tegen 2.
In de verklaring stelde de Fed dat de economische activiteit in een stevig tempo blijft groeien, ondersteund door veerkrachtige binnenlandse bestedingen, een sterke productiviteitsgroei en robuuste bedrijfsinvesteringen. Ondanks de grote onzekerheid, die deels voortvloeit uit geopolitieke ontwikkelingen, hield de banengroei gelijke tred met de groei van de beroepsbevolking en bleef de werkloosheidsgraad nagenoeg stabiel. Daarnaast benadrukte de bank dat de inflatie hoog blijft.
Hoewel het besluit om de rente ongewijzigd te laten overeenstemde met de verwachtingen, is er een zekere spanning tussen de beleidsbeslissing van de Fed en het economische en inflatiebeeld dat in de begeleidende verklaring wordt geschetst. De veerkrachtige bestedingen, robuuste bedrijfsinvesteringen, stabiele arbeidsmarkt en hoge inflatie versterken immers de argumenten voor een verdere verstrakking, waardoor de beslissing om de rente ongewijzigd te laten enigszins opmerkelijk is. Een sterke productiviteitsgroei kan de prijsdruk helpen temperen. Een verdere verstrakking blijft dan ook nadrukkelijk mogelijk, zonder aan te geven dat bijkomende renteverhogingen onvermijdelijk zijn. De centrale bank benadrukte bovendien dat nieuwe gegevens mee zullen bepalen welke beleidskoers nodig is om de inflatie tijdig terug te brengen naar de doelstelling van 2%.
Los daarvan verklaarde Kevin Warsh, voorzitter van de Fed, dat de Fed-leden acht keer per jaar zullen blijven vergaderen, maar vanaf het najaar van 2027 een aantal bijeenkomsten zal wijden aan bredere discussies over de monetaire beleidsstrategie in plaats van aan rentebesluiten. In 2027 zal tijdens één vergadering niet over de rente worden gestemd en zal er evenmin een beleidsverklaring worden gepubliceerd. Voor 2028 verwacht hij twee dergelijke strategische vergaderingen, waardoor er zes geplande rentevergaderingen overblijven in plaats van acht.
Deze recente vergadering bevestigde het beeld dat een verdere verstrakking van het monetaire beleid waarschijnlijk blijft, maar dat de beleidsmakers geen haast hebben. Die voorzichtige aanpak weerspiegelt een steeds complexere economische context. De prijsdruk is opnieuw toegenomen en de algemene inflatie volgens de consumentenprijsindex (CPI) bedraagt inmiddels 3,7% op jaarbasis, terwijl de economische groei veerkrachtig blijft. De arbeidsmarkt is daarentegen verzwakt: de banengroei is sterk vertraagd en de werkloosheidsgraad is licht gestegen tot 4,2%. Beleidsmakers moeten dus een evenwicht vinden tussen een hogere inflatie en sterke groei enerzijds en de eerste tekenen van zwakte op de arbeidsmarkt anderzijds.
Recente commentaren van de Fed wijzen in grote lijnen op een verdere verstrakking, maar zonder urgentie. Warsh merkte daarbij op dat de financiële en kredietvoorwaarden voor sommige bedrijven en gezinnen zijn verstrakt sinds de renteverhoging van september, ook al kunnen de voorwaarden in het algemeen niet als restrictief worden beschouwd. De markten schatten de kans op een renteverhoging in december momenteel op ongeveer 83%. Dat wijst eerder op een geleidelijk verdere verstrakking dan op het einde van de rentecyclus.
Over de verschillende activaklassen bleef de eerste marktreactie relatief beperkt. Amerikaanse aandelen gingen licht hoger, wat erop wijst dat het algemeen verwachte rentebesluit het risicosentiment nauwelijks verstoorde. Op de obligatiemarkt liepen de rendementen licht uiteen naargelang de looptijd: de tweejaarsrente daalde licht, terwijl de tienjaarsrente steeg. Beleggers blijven immers de aanhoudende inflatiedruk en het vooruitzicht op een verdere monetaire verstrakking tegen elkaar afwegen.
De rente zal daarom waarschijnlijk bijzonder gevoelig blijven voor nieuwe inflatie- en arbeidsmarktgegevens. Beleggers proberen niet alleen in te schatten wanneer de volgende renteverhoging zal plaatsvinden, maar ook hoever de verstrakkingscyclus uiteindelijk zal moeten gaan. Aandelen bleven intussen relatief veerkrachtig. De aandacht verschuift al naar de resultaten van de grote technologiebedrijven en wat die kunnen vertellen over de duurzaamheid en het rendement van de investeringscyclus rond artificiële intelligentie (AI).
Die divergentie kan aanhouden: obligaties zijn rechtstreeks blootgesteld aan de inflatievooruitzichten en de verwachtingen voor het monetaire beleid, terwijl de prestaties van aandelen steeds sterker afhangen van de bedrijfsresultaten en de kracht van structurele investeringsthema's.
Voor beleggers blijft de belangrijkste tegenstelling die tussen enerzijds de druk van een rente die langer hoog blijft op obligaties en rentegevoelige delen van de economie en anderzijds een aandelenmarkt die nog steeds wordt ondersteund door de bedrijfsresultaten en investeringen in AI. Die veerkracht kan aanhouden, maar zou moeilijker vol te houden zijn als de aanhoudende inflatie uiteindelijk een agressievere verstrakkingscyclus noodzakelijk maakt.
Omdat deze vergadering kort voor de tussentijdse verkiezingen plaatsvond, komt ook de wisselwerking tussen het monetaire beleid en de economische context sterker in de belangstelling te staan. De beleidsbeslissingen van de Fed blijven evenwel gestuurd door haar doelstellingen voor inflatie en werkgelegenheid.
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.
In het verleden behaalde resultaten vormen geen betrouwbare indicatie voor toekomstige resultaten. De resultaten hebben betrekking op een nominale waarde op basis van koersmeer- en minwaarden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. De inflatie heeft een negatieve invloed op de koopkracht van deze nominale geldwaarde. Afhankelijk van het inflatieniveau kan dit leiden tot een reëel waardeverlies, zelfs als het nominale rendement van de belegging positief is.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
20 oktober 2026
17 september 2026