In lijn met de marktverwachtingen en de recente verklaringen van de leden van de Raad van Bestuur heeft de ECB unaniem beslist haar belangrijkste beleidsrentes te verhogen. De depositorente werd daarbij opgetrokken van 2% naar 2,25%. De ECB benadrukte opnieuw dat ze zich niet op voorhand zal vastpinnen op toekomstige maatregelen. In het communiqué wordt benadrukt dat “de vooruitzichten onzeker blijven, met opwaartse risico’s voor de inflatie en neerwaartse risico’s voor de economische groei”.
De centrale bank heeft haar inflatieprognoses voor 2026 en 2027 naar boven bijgesteld. De algemene inflatie voor dit jaar wordt nu geraamd op 3% en op 2,3% in 2027, respectievelijk 0,4 en 0,3 procentpunt hoger dan de projecties van maart aangaven. De kerninflatie wordt voortaan op 2,5% geschat, zowel in 2026 als in 2027, wat 0,2 en 0,3 procentpunt boven de eerdere ramingen ligt. Ze kan bovendien ook in 2028 boven de doelstelling van 2% blijven, met een niveau van 2,2%.
Voor de bbp-groei wordt 0,8% verwacht in 2026, 1,2% in 2027 en 1,5% in 2028. Deze prognoses liggen voor 2026 en 2027 0,1 procentpunt lager dan het geval was in de ramingen van maart.
Daarnaast heeft de ECB, naast haar basisscenario, drie alternatieve scenario’s gepubliceerd: een ongunstig, een ernstig en - voor het eerst - ook een gunstiger scenario.
De inflatiecijfers in de eurozone voor de maand mei hebben waarschijnlijk een doorslaggevende rol gespeeld in de beslissing van de ECB. De inflatie is er voor het eerst in meer dan tweeënhalf jaar opnieuw boven de grens van 3% uitgekomen. De consumentenprijzen stegen in mei met 3,2% op jaarbasis, tegenover 3% in april. Het zijn echter vooral de onderliggende componenten van de inflatie die de aandacht van de centrale bank lijken te hebben getrokken. De kerninflatie, die de meest volatiele componenten zoals voeding en energie uitsluit, versnelde sterker dan verwacht en steeg van 2,2% naar 2,5%. Tegelijkertijd nam de diensteninflatie - nauwlettend gevolgd door de markten - toe van 3% naar 3,5%.
ECB-voorzitter Christine Lagarde benadrukte tijdens haar persconferentie de “aanzienlijke stijging” van de inflatie in de dienstensector, terwijl ze aangaf dat de instelling nog geen tweede-ronde-effecten waarneemt die de inflatiedruk duurzaam zouden kunnen aanwakkeren. Ze wees er ook op dat de groeiprognoses slechts licht neerwaarts werden bijgesteld. Mevrouw Lagarde verwoordde het zo: “we bevinden ons niet in een omgeving waarin de groei afwezig is, of ernstig wordt bedreigd.”
’Zoals hierboven al gezegd, gaf Christine Lagarde aan dat de ECB nu ook een nieuw “gunstiger economisch scenario” toevoegde. Ze benadrukte dat de beslissing om de rente te verhogen in alle beschouwde scenario’s volledig gerechtvaardigd blijft, ook binnen deze gunstigere versie. Want zelfs in dat geval zou de kerninflatie in 2028 met 2,1% boven de doelstelling van de ECB blijven.
In het algemeen weerspiegelt deze beslissing de wil van de centrale bank om een voldoende restrictieve houding aan te houden om de inflatoire druk in te dijken, want die blijkt hardnekkiger dan verwacht. Na afloop van de persconferentie blijkt dat de ECB haar beslissing heeft kunnen verantwoorden zonder een significante aanpassing van de marktverwachtingen uit te lokken. Niettemin blijft de centrale bank een voorzichtige aanpak hanteren en weigert zij expliciete toezeggingen te doen over het toekomstige traject van haar monetair beleid.
Noch het monetair beleidscommuniqué, noch de verklaringen van de ECB-voorzitter hebben een noemenswaardige reactie op de financiële markten uitgelokt. De markten blijven dus bijna twee bijkomende renteverhogingen van 25 basispunten verwachten tegen het einde van het jaar.
Volgens ons lijken deze verwachtingen enigszins restrictief. Wij blijven uitgaan van een scenario waarin nog één laatste renteverhoging volgt, mogelijk bij de publicatie van de volgende economische projecties in september. Nadien zou de ECB een pauze kunnen inlassen om de impact van de reeds ingezette monetaire verstrakking op de economische activiteit en de inflatiedynamiek te evalueren.
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.
In het verleden behaalde resultaten vormen geen betrouwbare indicatie voor toekomstige resultaten. De resultaten hebben betrekking op een nominale waarde op basis van koersmeer- en minwaarden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. De inflatie heeft een negatieve invloed op de koopkracht van deze nominale geldwaarde. Afhankelijk van het inflatieniveau kan dit leiden tot een reëel waardeverlies, zelfs als het nominale rendement van de belegging positief is.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
18 mei 2026