- De Europese Centrale Bank (ECB) heeft haar belangrijkste beleidsrentes onveranderd gelaten en benadrukt daarmee de veerkracht van de economie van de eurozone tegenover wereldwijde uitdagingen.
- Christine Lagarde gaf aan dat de ECB de wisselkoersen “van zeer dichtbij” volgt, terwijl ze benadrukte dat de stijging van de euro sinds maart 2025 al in het basisscenario is meegenomen.
- Vanuit marktperspectief vormt het monetaire beleid van de ECB, dat grotendeels voorspelbaar is, momenteel geen belangrijke katalysator. Geopolitieke risico’s, artificiële intelligentie (AI) en bedrijfsresultaten bepalen het debat vandaag in grotere mate.
Wat is er gebeurd?
Zoals algemeen door de markten en analisten verwacht werd, heeft de ECB unaniem beslist om haar belangrijkste beleidsrentes ongewijzigd te laten. De depositorente, de basisherfinancieringsrente en de marginale beleningsrente blijven daardoor respectievelijk op 2%, 2,15% en 2,40%.
In haar communiqué voegde de centrale bank “een lage werkloosheidsgraad, sterke balansen in de privésector, de geleidelijke uitrol van overheidsuitgaven voor defensie en infrastructuur, evenals de gunstige effecten van eerdere renteverlagingen” toe aan de lijst van factoren die de groei ondersteunen. Daarentegen bevat het communiqué geen verwijzing naar de recente vertraging van de inflatie.
Voorlopige cijfers tonen aan dat de inflatie in de eurozone, gemeten via de Geharmoniseerde Consumptieprijsindex (HICP), in januari is gedaald van 2% naar 1,7% — een niveau dat lager ligt dan de ECB-prognose van 1,9% voor het eerste kwartaal van 2026.
Hoe hebben de markten gereageerd?
De reactie van de markten op deze ruim verwachte beslissing bleef beperkt. Op het moment van schrijven bedroeg het rendement op de Duitse tienjaars Bund 2,85%, waarmee de eerdere winsten teniet werden gedaan. De euro noteerde rond 1,18 USD, een niveau dat tijdens de sessie vrijwel onveranderd bleef. De STOXX 600-index daalde met ongeveer 1,2%, in het kielzog van de wereldwijde aandelenmarkten, wat wijst op een duidelijker toegenomen risico-averse houding bij beleggers.
Wat betekent dat voor beleggers?
Gezien de stijging van de euro in januari is het debat over een mogelijke extra monetaire versoepeling de laatste tijd intenser geworden. Met een niveau rond 1,18 USD is de euro echter teruggekeerd naar waardes die voor het laatst werden gezien midden september en eind 2025. De sterke schommelingen die begin dit jaar werden waargenomen, zijn daardoor grotendeels weggeëbd. Ondanks recente inflatiecijfers die lager uitvielen dan verwacht, blijven vooruitlopende indicatoren uit bedrijfsenquêtes wijzen op een prijsdynamiek die eerder iets boven de 2% ligt dan eronder. Daarnaast zijn zowel de inflatieverwachtingen van huishoudens als de loonverwachtingen van bedrijven recent gestegen.
Het monetaire beleid wordt gestuurd door de fundamentals en niet door kortetermijnvolatiliteit.
Rekening houdend met de inzet van de ECB voor haar doelstelling van prijsstabiliteit op middellange termijn, verwachten wij dat zij haar monetaire beleidsbeslissingen ook in de toekomst voornamelijk zal baseren op de onderliggende economische fundamentals, eerder dan op kortetermijnschommelingen op de markten of tijdelijke afwijkingen van de inflatie onder de doelstelling.
Het beleid van de ECB in de komende kwartalen zal dus vooral worden bepaald door de prestaties van de economie van de eurozone tegenover externe schokken (zoals een verhoging van de Amerikaanse invoerrechten, een mogelijk zwakkere Amerikaanse dollar en de concurrentie vanuit China) en door haar binnenlandse veerkracht.
Na een sterker dan verwachte bbp-groei in het vierde kwartaal van 2025 ogen de vooruitzichten voor 2026 bemoedigend. De kredietgroei in de eurozone versnelt, de kredietimpuls is positief en de binnenlandse vraag blijft gestaag toenemen. Volgens de consensus zou het Duitse begrotingsstimuleringsplan de grootste Europese economie moeten ondersteunen, wat zou bijdragen aan een versnelling van de activiteit in de eurozone en aan een stabilisering van de prijzen op middellange termijn.
Conclusie
In dit klimaat handhaven wij ons basisscenario waarin de ECB haar beleidsrentes tot het einde van 2026 op hun huidige niveaus laat. Als het economische herstel in de eurozone zich voortzet zoals wij verwachten en de inflatie zich rond de doelstelling van 2% stabiliseert, zou de ECB in 2027 een restrictiever beleid kunnen overwegen – een vooruitzicht dat de markten nu al beginnen in te prijzen.
Is uw portefeuille nog aangepast aan de economische realiteit?
Bent u nog geen cliënt?
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bent u al cliënt?
Bel Talk & Invest op 02 / 551 97 00 of maak een afspraak in uw Advisory Center, online of via 02 / 551 97 00.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies. Rendementen uit het verleden zijn geen betrouwbare indicator voor toekomstige rendementen.
Ontvang het belangrijkste financiële nieuws per e-mail
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
Dit zou u ook kunnen interesseren
6 februari 2026
Stabiele Fed-rente bevestigt afwachtende beleidskoers
18 december 2025