- Risico’s die lange tijd vooral de krantenkoppen haalden, zetten zich inmiddels door aan de pomp en in de opslag: olie en gas staan onder fysieke druk.
- In Europa is het gasgerelateerde risico in de eerste plaats een kwestie van timing: de schade aan de infrastructuur en de beperkte mogelijkheden om de toevoer om te leiden, zorgen voor blijvend hoge prijzen om de LNG-bevoorrading veilig te stellen en de voorraden weer aan te vullen.
- Niet alleen de omvang, maar vooral de duur van de verstoring zal bepalen of de huidige energiecrisis tijdelijk blijft of structurele sporen nalaat.
Wat is er gebeurd?
De geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten zijn de voorbije weken opnieuw sterk toegenomen en zorgen voor een uitzonderlijk hoge mate van onzekerheid op de energiemarkten. Deze publicatie kiest voor een brede invalshoek. Naast een analyse van de actuele marktdynamiek en de directe prijseffecten, plaatsen we de huidige ontwikkelingen in een structureel perspectief. We analyseren hoe de duur van de verstoringen, hun impact op infrastructuur en de gewijzigde factoren voor de voorraadvorming het prijsvormingsmechanisme fundamenteel veranderen.
Door korte- en langetermijnfactoren te combineren, biedt deze analyse een onderbouwd referentiekader om de huidige volatiliteit1 te interpreteren en beter te begrijpen welke gevolgen dit in de komende jaren kan hebben voor de olie- en gasmarkten.
Risico’s op de oliemarkt nemen toe
De voorbije weken hebben duidelijk gemaakt dat de risico’s waar al lange tijd voor werd gewaarschuwd, zich nu in real time materialiseren. De oliemarkt wordt geconfronteerd met een van de grootste verstoringen van de fysieke stromen ooit: niet langer de omvang alleen is bepalend, maar steeds meer ook de duur. Hoe langer de verstoring aanhoudt, hoe meer ze evolueert van een transportprobleem naar een kwestie van timing en voorraden, met gevolgen die verder reiken dan enkel de olieprijzen en zelfs de bredere wereldeconomie raken.
Aanvankelijk concentreerde de verstoring zich op de maritieme logistiek: de Straat van Hormuz fungeert normaal gezien als doorvoerroute voor ongeveer 20 miljoen vaten per dag aan ruwe olie, condensaten en geraffineerde producten (zo’n 20% van de wereldwijde vraag). Naarmate het conflict escaleerde, breidde het probleem zich uit. Aanvallen op en verhoogde risico’s rond de energie-infrastructuur beperken steeds meer het vermogen van het systeem om de normale stromen snel te herstellen. Het is dan ook geen verrassing dat Brentolie in maart de grootste maandelijkse stijging ooit liet optekenen, met een toename van ongeveer 63%, tegenover een stijging van 46% in september 1990 tijdens de Golfoorlog.
De druk op de strategische en commerciële voorraden is het duidelijkst zichtbaar in Azië, waar verschillende overheden inmiddels verder zijn gegaan dan prijscompensaties voor consumenten. Ze namen expliciete maatregelen om brandstofvoorraden te vrijwaren, of zelfs te rantsoeneren. Europa nam voorlopig geen vergelijkbare maatregelen. Dat weerspiegelt deels de lagere directe afhankelijkheid van de invoer die aan Hormuz is gekoppeld, en deels de eenvoudige timing van de zeevaartlogistiek: de laatste ladingen van vóór de verstoring bereiken Europa pas nu, na weken onderweg te zijn geweest.
Een deel van de onmiddellijke aanbodschok is opgevangen via alternatieve routes, vooral via de Oost-West-pijpleiding van Saoedi-Arabië (Abqaiq–Yanbu aan de Rode Zee) en de pijpleiding van de VAE (Habshan–Fujairah). Deze corridors maken het mogelijk om de Straat van Hormuz te omzeilen, waardoor meer dan 5,5 miljoen vaten per dag omgeleid konden worden. Deze omgeleide stromen, de beperkte volumes die nog steeds door de Straat passeren en de toegenomen Iraanse export temperen de totale daling van het aanbod. Toch blijft naar schatting nog steeds ongeveer driekwart van de vooroorlogse Hormuz stromen geblokkeerd. Aan dit tempo onderstrepen eenvoudige vuistregels de limieten van beleidsbuffers: de gecoördineerde vrijgave van 400 miljoen vaten door het IEA komt overeen met een dekking van slechts vier tot vijf weken. Bovendien lijken deze pijpleidingen dicht bij hun effectieve capaciteit te opereren, waardoor de ruimte voor aanzienlijk meer omleidingen beperkt is.
Daarmee komt de markt opnieuw terecht bij de kernvraag die uiteindelijk de verdere prijsevolutie zal bepalen: hoe lang houdt de verstoring aan, en is de schade aan de energie-infrastructuur beheersbaar genoeg om de doorvaart en transit door de Straat te normaliseren? Door het multilaterale karakter van het conflict bestaat er een brede waaier aan mogelijke uitkomsten.
Scenario’s en vooruitzichten voor olie
In ons basisscenario verwachten we dit kwartaal slechts een gedeeltelijk herstel van de doorvoer, met pas in de tweede jaarhelft een volledige normalisering. In dat scenario voorzien wij op korte termijn geen betekenisvolle en duurzame daling van de olieprijzen.
Een snellere de-escalatie – waarbij de aanvoer binnen enkele weken normaliseert – zou een deel van de huidige risicopremie uit de prijzen kunnen halen. Zelfs dan lijkt een eenvoudige terugkeer naar het prijsniveau van vóór de crisis onwaarschijnlijk: anticiperende opbouw van voorraden en verhoogde risicopremies pleiten voor gemiddeld hogere prijzen dan aan het begin van het jaar.
Omgekeerd zou een scenario waarin de Straat tot in de tweede jaarhelft effectief gesloten blijft, leiden tot aanhoudende aanbodverliezen die groot genoeg zijn om prijzen boven eerdere piekniveaus te duwen. Op die niveaus zou vraagvernietiging een veel prominentere — en potentieel destabiliserende — rol gaan spelen in het aanpassingsproces.
De race om de gasopslagen te hervullen is gestart
Net zoals voor de oliemarkten, is de kernboodschap voor de Europese gassector dezelfde: de duur is doorslaggevend. De gevoeligheid op korte termijn is duidelijk, aangezien LNG rechtstreeks wordt blootgesteld aan verstoringsrisico’s in de Straat van Hormuz. De LNG-stromen door de Straat bedragen normaal gezien ongeveer 80 miljoen ton per jaar (circa 19% van het wereldwijde LNG-aanbod). In tegenstelling tot ruwe olie, waar pijpleiding-omleidingen de impact tot op zekere hoogte kunnen verzachten, bestaat er voor LNG geen vergelijkbaar alternatief om significante volumes om te leiden. Bovendien beschikken de nationale autoriteiten niet over strategische LNG-reserves.
Daarnaast kampt de gasmarkt aan de aanbodzijde met een structureel tekort. Ramingen wijzen erop dat ongeveer 13 miljoen ton per jaar aan Qatarese LNG-capaciteit (zo’n 17% van de Qatarese LNG-capaciteit en 3% van de wereldwijde LNG-capaciteit) mogelijk gedurende drie tot vijf jaar buiten gebruik blijft. Dit betekent een aanzienlijke klap, niet alleen voor de export van Qatar, maar ook voor het mondiale LNG-evenwicht, en dit tot lang na de huidige disruptie. Dit is relevant omdat de uitdaging voor Europa in de eerste plaats niet bij de gasbeschikbaarheid vandaag ligt, maar bij het veiligstellen van voldoende LNG gedurende de zomer om de voorraden opnieuw op te bouwen met het oog op de winter, terwijl het moet concurreren met Azië om de marginale ladingen. Dat voorraadopbouwproces verloopt geleidelijk en cumulatief: opslagen worden gevuld over het volledige opslagseizoen en dit kan niet opgelost worden door een inhaalbeweging op het einde van het seizoen.
In deze context is het een rationele marktreactie dat er vroegtijdig prioriteit gegeven wordt aan het vastleggen van de leveringen, dan te wachten tot de concurrentie verhevigt. Hogere Europese prijzen worden daarbij als noodzakelijk beschouwd om LNG naar Europa aan te trekken, gezien de aanzienlijke economische afhankelijkheid van de regio van deze energiebron. Bekeken binnen dezelfde drie scenario’s als bij de oliemarkt, zijn de implicaties duidelijk.
Impact per scenario
Basisscenario
In het basisscenario, waarin er tijdens het tweede kwartaal slechts een gedeeltelijk herstel plaatsvindt en een volledige normalisering pas in de tweede jaarhelft optreedt, zullen prijzen mogelijk verhoogd moeten blijven om voldoende LNG-instroom tijdens de zomer veilig te stellen en de gewenste opslaghoeveelheid te garanderen.
Snelle de-escalatie
Bij een snellere de-escalatie zou de in de gasprijzen vervatte risicopremie afnemen, al zal de markt waarschijnlijk nog steeds een zekere voorzichtigheid inprijzen, gezien de dringende noodzaak tot voorraadopbouw.
Ongunstig scenario (langdurige verstoring)
In het ongunstige scenario, waarin de verstoring aanhoudt tot in de tweede jaarhelft, verloopt de marktcorrectie veel scherper: de verdeling van LNG zou dan steeds competitiever moeten gebeuren, tot een punt waarop concurrerende landen bereid zijn uit te wijken naar alternatieve energiebronnen zoals steenkool, of een afname van de vraag aanvaarden.
Impact op lange termijn
Tot slot kan de schade aan de infrastructuur gevolgen hebben die verder reiken dan 2026. Vóór het conflict won het verhaal van een toekomstig overaanbod aan kracht, gedreven door de verwachte capaciteitsuitbreidingen in de VS, Canada en Qatar. Het is aannemelijk dat een deel van de geplande nieuwe Qatarese capaciteit vertraging oploopt, met name het North Field-uitbreidingsproject, dat de productie van Qatar zou verhogen van ongeveer 77 miljoen ton per jaar in 2025 tot bijna 127 miljoen ton per jaar tegen 2027. Daardoor bestaat het risico dat de gasprijzen onder EUR 20/MWh, die voor 2027 als een mogelijkheid werden gezien, uiteindelijk niet gerealiseerd worden.
Evolutie van Brentolie- en Europese gasprijs (TTF)
Is uw portefeuille nog aangepast aan de economische realiteit?
Bent u nog geen cliënt?
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bent u al cliënt?
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.
In het verleden behaalde resultaten vormen geen betrouwbare indicatie voor toekomstige resultaten. De resultaten hebben betrekking op een nominale waarde op basis van koersmeer- en minwaarden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. De inflatie heeft een negatieve invloed op de koopkracht van deze nominale geldwaarde. Afhankelijk van het inflatieniveau kan dit leiden tot een reëel waardeverlies, zelfs als het nominale rendement van de belegging positief is.
Ontvang het belangrijkste financiële nieuws per e-mail
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
Dit zou u ook kunnen interesseren
27 maart 2026
Podcast - Energie, inflatie en rente: 7 inzichten in de financiële markten
1 Volatiliteit verwijst naar hoeveel en hoe snel de prijs van bv. een aandeel, een obligatie, een fonds of een index verandert in de loop van de tijd.