U vindt hieronder antwoorden op 12 essentiële vragen over dit onderwerp.
Deze maatregel is in de eerste plaats van toepassing op:
Vennootschappen zijn niet in scope van deze nieuwe taks.
De taks is van toepassing zijn op meerwaarden op financiële activa, onderverdeeld in vier verschillende categorieën:
Beleggingen in het kader van pensioensparen, langetermijnsparen en groepsverzekeringen worden niet geviseerd. Ook andere waardevolle voorwerpen dan beleggingsgoud, zoals zilveren voorwerpen, juwelen, schilderijen, ... zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van deze belasting.
Bovendien blijven de inkomsten die al onderworpen zijn aan de roerende voorheffing van 30% (dividenden, intresten of coupons) belast zoals vandaag en vallen ze niet onder deze nieuwe belasting.
De taks is van toepassing in geval van een meerwaarde gerealiseerd naar aanleiding van een 'overdracht onder bezwarende titel' van financiële activa in het kader van het normale beheer van het privévermogen, d.w.z. elke overdracht van een financieel actief tegen een financiële of gelijkwaardige tegenprestatie. Het gaat onder meer om:
Niet alle verrichtingen worden echter beschouwd als overdrachten onder bezwarende titel.
Merk op dat bepaalde uitzonderingen en specifieke regels nog moeten worden gepreciseerd door de regering en de fiscale administratie.
De taks treedt in werking voor de geboekte meerwaarden vanaf 1 januari 2026.
Meerwaarden gerealiseerd vóór 2026 zijn niet belastbaar: wanneer een financieel actief op 1 januari 2026 een latente meerwaarde vertoont (d.w.z. als de waarde op 31 december 2025 hoger is dan de aankoopprijs), wordt de waarde op 31 december 2025 beschouwd als de nieuwe aankoopprijs om een eventuele toekomstige meerwaarde te berekenen.
In geval van een latente minderwaarde op 1 januari 2026, d.w.z. wanneer de aanschaffingswaarde de waarde op 31 december 2025 overschrijdt, heeft de belastingplichtige het recht om de werkelijke aanschaffingswaarde in te roepen. Deze mogelijkheid is evenwel afhankelijk van de mogelijkheid om die waarde te rechtvaardigen en is enkel van toepassing in het kader van een overdracht onder bezwarende titel die uiterlijk op 31 december 2030 wordt gerealiseerd (zie ook vraag 8).
De meerwaardebelasting bestaat uit drie verschillende stelsels:
① De algemene regeling voorziet in een belasting van 10% op de gerealiseerde meerwaarden (verkoopwaarde verminderd met de aanschaffingswaarde).
Er geldt een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per natuurlijke persoon, verhoogd met 1.000 euro voor elk jaar waarin de vrijstelling niet werd gebruikt, maar met een plafond van 15.000 euro (zie ook vraag 7).
② De bijzondere regeling bij een aanmerkelijk belang (zijnde 20% of meer van het kapitaal van een vennootschap) zijn onderworpen aan een belasting volgens een progressief barema, na toepassing van een vrijstelling op de eerste schijf van 1 miljoen euro over vijf jaar.
De meerwaardeschijven
|
Toepasselijk belastingtarief
|
|---|---|
< 1.000.000 euro
|
0,00% (Vrijgesteld)
|
Van 1.000.000 tot 2.500.000 euro
|
1,25%
|
Van 2.500.000 tot 5.000.000 euro
|
2,50%
|
Van 5.000.000 tot 10.000.000 euro
|
5,00%
|
Meer dan 10.000.000 euro
|
10,00%
|
③ De interne meerwaarden, die overeenstemmen met de winsten gerealiseerd bij de overdracht van aandelen door een belastingplichtige aan een vennootschap waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks via familieleden zeggenschap heeft, zijn onderworpen aan een belasting tegen het tarief van 33%.
Voor de activa die vóór 31 december 2025 verworven zijn, wordt op die datum een 'foto' van hun waarde genomen. Tot eind 2030 kunt u echter een verzoek tot correctie indienen via de belastingaangifte om de oorspronkelijke aankoopprijs te gebruiken indien deze hoger is. Na 2030 wordt de waarde van 31 december 2025 de unieke referentie.
Voor activa verworven vanaf 1 januari 2026 wordt de aankoopprijs als uitgangspunt gebruikt voor de bepaling van de waarde van de financiële activa.
Bewijsbelang: er moet een rechtvaardiging van de aankoopprijs worden verstrekt, in het bijzonder voor financiële activa die na 31 december 2025 getransfereerd zijn. Bij ontstentenis van bewijs zal de aanschaffingswaarde als nul worden beschouwd en zal het volledige bedrag verkregen bij de wederverkoop belastbaar zijn.
Bij gespreide aankopen is de 'First In First Out'-methode (FIFO) van toepassing: de eerst aangekochte deelbewijzen worden beschouwd als de eerst verkochte.
Voor een financieel actief in vreemde valuta moet bij de berekening van de meerwaarde rekening gehouden worden met de schommeling van de wisselkoers. Zo moeten de aankoopprijs en de overdrachtprijs worden omgerekend in euro volgens de wisselkoers die van toepassing is op respectievelijk de aankoopdatum en de verkoopdatum.
In het kader van de algemene regeling geniet elke natuurlijke persoon een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro. Indien deze vrijstelling niet wordt gebruikt, stijgt ze met 1.000 euro per jaar gedurende vijf jaar, zonder een plafond van 15.000 euro te mogen overschrijden. Dit bedrag wordt jaarlijks herzien volgens de indexering.
In het kader van een belegging op basis van het gemeenschappelijk vermogen van twee echtgenoten kan iedereen van de vrijstelling genieten. Zo kan het totale bedrag van de vrijstelling die van toepassing is op deze beleggingen oplopen tot 20.000 euro, in sommige gevallen zelfs tot 30.000 euro.
Beleggers die een substantiële participatie hebben (minstens 20% in een vennootschap) genieten een vrijstelling van 1 miljoen euro over een periode van vijf opeenvolgende jaren. Deze vrijstelling wordt gelijkgesteld met een fiscale reserve die de belastingplichtige tijdens deze periode kan mobiliseren.
De gerealiseerde minderwaarden kunnen worden afgetrokken van de gerealiseerde meerwaarden. Dit kan enkel indien de minderwaarde gerealiseerd werd door dezelfde persoon, in hetzelfde jaar en in dezelfde categorie van belastbare financiële activa.
Het is niet mogelijk om deze minderwaarden over te dragen naar de volgende jaren. Enkel de minderwaarden vastgesteld na de 'foto' van 31 december 2025 komen in aanmerking. Historische verliezen vóór die datum zijn niet aftrekbaar.
In geval van een historische minderwaarde, d.w.z. wanneer de aanschaffingswaarde van een financieel actief hoger is dan de waarde ervan op 31 december 2025, kan dat verlies niet worden afgetrokken van een meerwaarde op een ander actief. Indien op hetzelfde actief echter later een meerwaarde wordt gerealiseerd, is het mogelijk om de belasting te beperken rekening houdend met de aanschaffingswaarde vóór 2026, op voorwaarde dat die prijs kan worden bewezen en het actief vóór 31 december 2030 wordt verkocht. Zo kan de latente minderwaarde afgetrokken worden van de meerwaarde op hetzelfde actief, maar kan het eventuele overschot ervan niet worden overgedragen naar andere financiële activa.
Tijdens de overgangsperiode (van 1 januari 2026 tot 31 mei 2026) hebben financiële instellingen geen roerende voorheffing aan de bron ingehouden.
De meerwaarden blijven echter onderworpen aan de taks. Voor de betaling van de meerwaardebelasting die verschuldigd is tijdens de overgangsperiode heeft de wetgever verschillende alternatieven voorzien. Er zijn drie mogelijkheden:
• Als u voor ‘Opt-Out’ gekozen hebt, geldt deze status voor het volledige jaar 2026.
• U bent dus verplicht om alle in 2026 gerealiseerde meerwaarden aan te geven in uw belastingaangifte, inclusief de meerwaarden die tijdens de overgangsperiode zijn opgebouwd.• De betaling van de belasting volgt later, op basis van het aanslagbiljet (verwacht voor eind 2027 of in 2028).
• Indien u geen ‘Opt-Out’ maatregel hebt genomen, hebt u de mogelijkheid om een vrijwillige ‘Opt-In’ aan te vragen, beperkt tot de overgangsperiode.
• Deze aanvraag moet uitdrukkelijk worden ingediend tegen uiterlijk 31 augustus 2026.
• In geval van een vrijwillige ‘Opt-In’ zal de bank in de loop van de maand november een bedrag inhouden dat overeenstemt met de verschuldigde meerwaardebelasting, met het oog op het doorstorten ervan aan de fiscale administratie.
• Vanaf 1 juni 2026 is het ‘Opt-In’-regime standaard van toepassing.
• De bank heeft voor de overgangsperiode (van 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026) geen roerende voorheffing ingehouden.
• U zult de tijdens deze periode gerealiseerde meerwaarden dus zelf moeten aangeven in uw belastingaangifte.
• Vanaf 1 juni 2026 is het ‘Opt-In’-regime standaard van toepassing.
Er zijn twee manieren van inning mogelijk. Deze keuze geldt voor het volledige jaar. U kunt deze keuze elk jaar wijzigen, met ingang vanaf het volgende jaar. Als u geen wijziging doorvoert, wordt de gekozen inningswijze automatisch verlengd.
Deze regeling zal standaard van toepassing zijn vanaf 1 juni 2026.
— De bank zal automatisch 10% taks inhouden op de meerwaarden gegenereerd bij elke transactie voor de financiële activa aangehouden op een effectenrekening.
— Bepaalde elementen worden echter niet door de bank beheerd en moeten in uw belastingaangifte worden vermeld:
• Jaarlijkse vrijstelling: dit zult u moeten aanvragen in uw aangifte.
• Minderwaarden: deze kunnen in mindering gebracht worden via uw aangifte.
• Activa verworven vóór 2026: de bank zal de waarde per 31/12/2025 gebruiken. Als u een hogere vroegere aanschaffingswaarde wenst aan te geven om de meerwaarde te verminderen of te annuleren, dan moet u dit vermelden in uw aangifte en het bewijs bewaren voor de belastingadministratie.
Om van deze regeling gebruik te kunnen maken, moest u deze uitdrukkelijk aanvragen voor het einde van de overgangsperiode (31 mei 2026).
— Zonder uitdrukkelijke keuze, is de ‘Opt-In’-regeling standaard van toepassing.
— Koos u voor 'Opt-Out', dan moet u uw meerwaarden zelf aangeven in uw jaarlijkse belastingaangifte. Tegelijkertijd kunt u er uw minderwaarden opgeven en de voorziene vrijstellingen aanvragen.— De bank zal de informatie over de meerwaarden doorgeven aan de belastingadministratie.
Voordelen van de 'Opt-Out'-regeling:
• Voorfinanciering van de belasting vermijden.
• De belasting in één keer betalen via de aangifte, met de mogelijkheid om meer- en minderwaarden te compenseren en tegelijkertijd de vrijstellingen aan te vragen.
In elk geval zal een aangifte verplicht zijn voor meerwaarden die niet via het Belgische bankcircuit worden geïnd, met name die uit het buitenland of van bepaalde activa zoals cryptomunten of fysiek goud.
Deze nieuwe taks komt bovenop de huidige regelingen, zoals:
We volgen de evolutie van deze hervorming nauwgezet op. Deutsche Bank zal u begin 2027 alle nodige informatie bezorgen om uw belastingaangifte zo correct mogelijk in te vullen. Uiteraard blijven wij tot uw beschikking voor bijkomende informatie over de mogelijke impact op uw portefeuille.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.
De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de betrokken persoon en kan in de toekomst kan wijzigen.
18 mei 2026