Nu Brent-olie rond USD 100 per vat noteert, baart de olieprijs beleggers opnieuw zorgen. Als olie en brandstoffen aanhoudend duur blijven, kan dat de inflatiedruk op korte termijn versterken, de koopkracht van gezinnen aantasten en de opdracht van centrale banken complexer maken.
De beperkingen rond de Straat van Hormuz werden verergerd door aanvallen op tankers, raffinaderijen en alternatieve uitvoerinfrastructuur, waaronder routes via de Rode Zee. Producenten moeten productie namelijk stilleggen wanneer olie niet veilig of rendabel kan worden vervoerd. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) meldde dat in augustus nog meer dan 10 miljoen vaten per dag (mbbl/d) aan productie uit de Golfregio stil bleef liggen. Recent raakte ook de Oost-Westpijpleiding van Saudi-Arabië beschadigd. Dat was de belangrijkste route om Hormuz te omzeilen en ruwe olie via de Rode Zee uit te voeren. De pijpleiding is intussen opnieuw opgestart, aanvankelijk wel met een lagere capaciteit.
Dat de olieprijs ondanks alles relatief beperkt is gestegen, heeft twee duidelijke redenen. Ten eerste hebben de handelsstromen zich aangepast. Producenten maken meer gebruik van alternatieve pijpleidingen en langere vaarroutes om de kopers te bereiken. Olie werd ook door de Straat van Hormuz vervoerd tijdens zogenoemde ’donkere vaarten’ - waarbij transponders waren uitgeschakeld - of met schepen die de lading vervolgens overdroegen aan vaartuigen die zelf de zeestraat niet wilden doorkruisen. Deze oplossingen zijn trager, duurder en kwetsbaarder dan de normale handel, maar houden een deel van het aanbod in beweging. Eind september meldden handelaars dat de oliestromen door Hormuz opnieuw dicht bij het niveau van vóór de oorlog lagen.
De vraag vormde een tweede stabiliserende kracht. Hoge prijzen hebben het verbruik afgeremd, vooral in prijsgevoelige Aziatische economieën en brandstofintensieve sectoren. Dankzij de grote voorraden kon China het zich bovendien veroorloven minder ruwe olie aan te kopen. Ook het groeiende gebruik van elektrisch vervoer in China biedt een structurele buffer. De Chinese invoer lag in augustus 25% lager dan in maart. Een terugkeer naar het niveau van vorig jaar zou een aanzienlijk opwaarts risico voor de olieprijs vormen.
Wereldwijd werden de voorraden wel verder afgebouwd. Het IEA schat dat de waarneembare mondiale voorraden in augustus met 95 miljoen vaten daalden. Sinds februari komt de gecumuleerde afname daarmee op 507 miljoen vaten. Toch zijn de voorraden nog niet uitzonderlijk laag: ze bedragen ongeveer 7,8 miljard vaten en vormen dus nog altijd een betekenisvolle buffer. Lagere strategische noodvoorraden onder staatscontrole kunnen de beleidsruimte bij nieuwe verstoringen wel beperken.
De spanning is duidelijk zichtbaar bij geraffineerde producten. Volgens het IEA lag de wereldwijde raffinagecapaciteit die in augustus effectief werd benut 4,2 miljoen vaten per dag lager dan een jaar eerder. De verliezen waren vooral geconcentreerd in het Midden-Oosten, Rusland en delen van Azië die ruwe olie invoeren. Daardoor zijn de ‘crack spreads’ opgelopen: het prijsverschil tussen geraffineerde producten en de ruwe olie waaruit ze worden gemaakt. Een daling van de olieprijs zou daarom niet noodzakelijk meteen of volledig leiden tot goedkopere diesel, benzine en stookolie. Daarvoor moeten ook de raffinageproductie en de uitvoer van olieproducten herstellen.
De vooruitzichten voor olie en olieproducten kennen de komende twaalf maanden dan ook twee fasen. Op korte termijn zullen verstoorde transportroutes, dalende voorraden en krappe brandstofmarkten de prijzen volatiel houden. Een nieuwe tegenvaller kan tijdelijk opnieuw tot hogere prijzen voor ruwe olie en brandstoffen leiden. Daarna kan het evenwicht verbeteren, op voorwaarde dat het conflict in het Midden-Oosten afneemt, de regionale productie en scheepvaart herstellen en de aandacht opnieuw verschuift naar het groeiende aanbod buiten de OPEC+. Daarom verwachten we dat Brent tegen eind september 2027 daalt tot USD 79 per vat.
De Europese gasprijzen bereikten onlangs hun hoogste niveau sinds begin 2023, nu de markt voor een krappe winterbalans staat. De opslagvoorraden zijn historisch laag voor deze tijd van het jaar (zie grafiek). Daardoor is Europa tijdens het stookseizoen sterker afhankelijk van een aanhoudende invoer van vloeibaar aardgas (LNG) en gevoeliger voor koud weer of nieuwe verstoringen van het aanbod.
Europese gasvoorraden onder het niveau van de energiecrisis in 2021 en 2022
De lagere LNG-uitvoer uit het Midden-Oosten speelt daarbij een belangrijke rol. Aanpassen is hier moeilijker dan op de oliemarkt: LNG vereist gespecialiseerde schepen en infrastructuur, en Qatar beschikt niet over een alternatieve uitvoerroute die de Straat van Hormuz omzeilt. Een hogere Amerikaanse uitvoer heeft het tekort gedeeltelijk opgevangen, maar wereldwijd blijft het aanbod ontoereikend. Europa is weliswaar maar beperkt afhankelijk van LNG uit het Midden-Oosten, maar de bredere gevolgen zijn aanzienlijk. Aziatische kopers moeten weggevallen volumes uit de Golf vervangen en gaan daardoor sterker met Europa concurreren om flexibel inzetbare ladingen uit de VS, een van Europa’s belangrijkste leveranciers. Ongeveer twee derde van de Europese LNG-invoer komt uit de VS, goed voor circa 30% van de totale gasinvoer.
Een de-escalatie of krachtiger herstel van de uitvoer uit de Golf kan tijdelijk prijsverlichting bieden. Toch moet Europa nog altijd voldoende LNG aantrekken, het winterverbruik dekken en voldoende voorraden overhouden voor het volgende vulseizoen. De prijzen zullen de komende maanden daarom waarschijnlijk niet fors dalen. Ze blijven gevoelig voor het weer, de Aziatische vraag en de beschikbaarheid van Amerikaanse ladingen.
Op middellange termijn zijn de vooruitzichten voor Europees gas gunstiger. De Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) verwacht dat de LNG-uitvoer van de VS stijgt van gemiddeld 17,3 miljard kubieke voet per dag in de tweede helft van 2026 tot 18,7 miljard in de eerste helft van 2027. Nieuwe en uitgebreide installaties vergroten de uitvoercapaciteit. Dit extra flexibele aanbod kan het mondiale evenwicht geleidelijk verbeteren en een grotere prijsbuffer creëren, zeker als de ladingen uit het Midden-Oosten terugkeren. Ook het niveau van de voorraden na de winter zal bepalen wanneer en in welke mate de prijzen kunnen dalen.
Word cliënt om te kunnen profiteren van het advies van onze experts.
Bel ons op 02 551 97 00 om één van onze experten te spreken of maak een afspraak in uw Advisory Center.
Beleggingsproducten zijn onderhevig aan risico’s. Ze kunnen zowel omhoog als omlaag evolueren en de kans bestaat dat de belegger het bedrag van zijn belegging niet recupereert. Elke beleggingsbeslissing moet in overeenstemming zijn met uw Financial ID (beleggersprofiel). Meer info op deutschebank.be/financialid.
Prognoses zijn gebaseerd op veronderstellingen, schattingen, meningen en hypothetische modellen of analyses die onjuist kunnen blijken. Alleen ter illustratie. Dit artikel en de informatie die het bevat vormen geen beleggingsadvies.
In het verleden behaalde resultaten vormen geen betrouwbare indicatie voor toekomstige resultaten. De resultaten hebben betrekking op een nominale waarde op basis van koersmeer- en minwaarden. Er wordt geen rekening gehouden met inflatie. De inflatie heeft een negatieve invloed op de koopkracht van deze nominale geldwaarde. Afhankelijk van het inflatieniveau kan dit leiden tot een reëel waardeverlies, zelfs als het nominale rendement van de belegging positief is.
Nog geen cliënt? Blijf toch op de hoogte over onze beleggingsopportuniteiten en nieuwigheden binnen onze beleggingsdiensten.
U kunt op elk moment uitschrijven.