De gids voor uw vermogen

Hoe kan het duolegaat een fiscaal voordeel opleveren?

11 november 2020 - leestijd 15 min.

Geschreven door

Franck Cedrone & Benoît Verschueren

Senior Estate Planners

De regelgeving evolueert razendsnel en daarom vinden we het belangrijk om deze informatie met u te delen.

Ontdek de auteurs van dit artikel:
Franck (45), een gepassioneerd jogger, haalde zijn diploma’s master in de rechten aan de ULB en zijn master in fiscaal recht aan Solvay. Hij is al meer dan 20 jaar gespecialiseerd in fiscaliteit en vermogensplanning.
Benoît (42) heeft een master in de rechten (KUL) en een master in fiscaal recht (ULB). Hij heeft 18 jaar ervaring in alles wat met fiscaliteit en vermogensplanning te maken heeft. Zijn vrije tijd besteedt hij aan lezen en tennissen.


Wie erft als vriend of verdere verwant van de erflater, moet op die erfenis hoge successierechten (55% tot zelfs 70%) betalen. Om deze te temperen kan in bepaalde gevallen het duolegaat een interessante planning zijn. In het Vlaams Gewest ligt het duolegaat dan weer onder vuur.

Maak kennis met Jan

Jan, 75 jaar oud, is weduwnaar. Hij heeft geen kinderen. Wel nog zijn broer Marc met wie hij helemaal niet overeenkomt, en de dochter van Marc, Rita (50 jaar oud), waar Jan dan weer bijzonder op gesteld is. Daarnaast is Jan ook vrijwilliger bij een goed doel (een federaal erkende vzw). Jan heeft een mooie loopbaan achter de rug en heeft met zijn beroepsinkomen een aanzienlijke effectenportefeuille ter waarde van 2.000.000 euro opgebouwd. Jan heeft tot dusver niets ondernomen wat de planning van dit roerend vermogen betreft.

Wat zijn Jans doelstellingen?

Jan wenst dat Rita bij zijn overlijden zijn hele vermogen erft. Rita is echter geen rechtstreekse erfgenaam van Jan en indien hij niets onderneemt zal Marc, als dichtste verwant, in principe zijn volledige nalatenschap vererven. Dat wenst Jan absoluut niet. Hij overweegt dus om een testament op te stellen en Rita aan te stellen tot algemene legataris van zijn nalatenschap. Als algemeen legataris zal Rita dus het hele vermogen van Jan (per hypothese enkel bestaande uit de effectenportefeuille ter waarde van 2.000.000 euro) vererven.

Jan stelt zich toch nog wat vragen bij zijn opzet. Wat met de successierechten? Zal Rita zich niet blauw betalen? Kan daar eventueel iets aan gedaan worden?

Hoge successierechten in elk gewest

De vrees van Jan dat Rita veel successierechten zal moeten betalen op zijn nalatenschap is in ieder geval terecht. Rita is de nicht van Jan en dus een verre zijverwant. In de drie gewesten van ons land zijn de tarieven in de successierechten voor deze categorie van erfgenamen bijzonder hoog. Zo bedraagt het toptarief voor deze categorie van erfgenamen 55% in het Vlaams Gewest. In het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedraagt het toptarief voor legaten aan ooms, tantes, neven of nichten zelfs maar liefst 70%.

Stel dus dat Jan als inwoner van het Vlaams Gewest overlijdt, dan zal Rita op haar algemeen legaat van 2.000.000 euro een erfbelasting van 1.085.500 euro verschuldigd zijn (zonder begrafeniskosten). Ze houdt dan nog netto 914.500 euro over. Indien Jan daarentegen als inwoner van het Waals Gewest overlijdt, zal Rita 1.359.375 euro aan successierechten moeten betalen, netto houdt ze nog maar 640.625 euro over. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest spant de kroon: indien Jan als inwoner van dat gewest overlijdt, zal Rita maar liefst 1.365.000 euro aan successierechten moeten betalen! Netto houdt ze dan nog maar 635.000 euro over.

Jan moet toch even schrikken wanneer hij verneemt hoeveel Rita aan successierechten op zijn nalatenschap zal moeten betalen. Hij vraagt zich af of er geen alternatieven zijn.

Een duolegaat als mogelijke oplossing?

Wat is vooreerst een duolegaat? Burgerrechtelijk gezien wordt een duolegaat in een testament opgenomen en bestaat het, zoals de naam al aangeeft, in feite uit twee legaten, namelijk een algemeen en een bijzonder legaat. In ons voorbeeld zal Jan enerzijds het goede doel waar hij jaren als vrijwilliger gewerkt heeft als algemene legataris aanduiden en anderzijds duidt Jan in zijn testament Rita als bijzondere legataris aan.

Als algemene legataris zal het goede doel de volledige nalatenschap van Jan vererven, weliswaar na aftrek van het bijzonder legaat aan Rita. Het goede doel verkrijgt dit legaat evenwel onder de voorwaarde om alle successierechten die verschuldigd zijn zowel op zijn deel als op het deel van Rita, te dragen en aan Rita het bijzonder legaat vrij van successierechten uit te betalen. Als algemene legataris is het goede doel bovendien verantwoordelijk voor de afhandeling van Jans nalatenschap en het indienen van de fiscale aangifte van nalatenschap bij de bevoegde administratie.

Rita verkrijgt dan als bijzonder roerend legaat een bepaald deel van de effectenportefeuille, dat Jan in zijn testament bijvoorbeeld op 50% ervan (voor een waarde dus van 1.000.000 euro) heeft begroot.

Het belangrijkste kenmerk van het duolegaat is dus dat de algemene legataris, het goede doel, in het testament de last krijgt opgelegd om de successierechten van de bijzondere legataris, Rita, te betalen aan de bevoegde fiscale administratie en aan Rita een nettobedrag (vrij van successierechten) uit te keren.

Een onmiskenbaar fiscaal voordeel

Het duolegaat levert een aanzienlijk fiscaal voordeel op vergeleken met een situatie zonder duolegaat. Hernemen we even ons concrete voorbeeld: het goede doel zal op wat ze verkrijgt uit de nalatenschap van Jan slechts een laag vlak tarief verschuldigd zijn, namelijk 8,5% in het Vlaams Gewest, 7% in het Waals Gewest en sinds kort ook 7% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (aangezien de vzw federaal erkend is). In ons voorbeeld ontvangt het goede doel dus 1.000.000 euro (namelijk de volledige nalatenschap van Jan na aftrek van het bijzonder legaat aan Rita). In het Vlaams Gewest is het goede doel hierop 85.000 euro erfbelasting verschuldigd, in het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 70.000 euro aan successierechten.

"Essentieel bij een duolegaat is dat het goede doel in het testament de last krijgt opgelegd om de successierechten van Rita te betalen en haar een nettobedrag uit te keren"

Rita ontvangt als bijzonder legaat een deel (50%) van de effectenportefeuille, dus voor een waarde van 1.000.000 euro. De successierechten die hierop verschuldigd zijn worden berekend aan de “gewone” progressieve tarieven van toepassing op de betreffende categorie van erfgenamen waar ze toe behoort (zie hoger). In het Vlaams Gewest bedraagt de erfbelasting hierop bijgevolg 535.500 euro, in het Waals Gewest 659.375 euro en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelfs 665.000 euro. Zoals voorzien in het testament van Jan moet Rita haar 1.000.000 euro netto ontvangen, dus vrij van successierechten. De successierechten die Rita verschuldigd is op haar bijzonder legaat zullen door het goede doel gedragen worden, overeenkomstig de last voorzien in het testament van Jan. Uiteindelijk houdt het goede doel nog netto 379.500 euro in het Vlaams Gewest (zijnde 1.000.000 euro – 85.000 euro – 535.500 euro), 270.625 euro in het Waals Gewest (zijnde 1.000.000 euro - 70.000 euro - 659.375 euro) en 265.000 euro in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over (zijnde 1.000.000 euro - 70.000 euro - 665.000 euro).

Bij de berekening van de successierechten in hoofde van het goede doel wordt er geen rekening gehouden met de last die aan het goede doel werd opgelegd om de door Rita verschuldigde successierechten aan de bevoegde fiscale administratie te betalen. Het goede doel mag deze last dus niet aftrekken van zijn algemeen legaat maar omdat het goede doel op dit volledige algemeen legaat (dus inclusief voormelde last) laag belast wordt, vloeien er vergeleken met de situatie zonder duolegaat finaal veel minder successierechten naar de schatkist, zodat er uiteindelijk meer aan Rita kan toekomen. De begunstigde van deze last, Rita, zal hierop immers niet belast worden.

Rita is uiteraard heel tevreden met deze regeling, aangezien ze ongeacht het gewest waar Jan fiscaal inwoner van is, steeds meer krijgt dan zonder de toepassing van het duolegaat. Inderdaad, vergeleken met de situatie zonder duolegaat krijgt Rita 85.500 euro meer in het Vlaams Gewest, 359.375 euro meer in het Waals Gewest en zelfs 365.000 euro meer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. En ook het goede doel is tevreden, aangezien het toch een zeer mooi bedrag overhoudt na de toepassing van het duolegaat.

"Vergeleken met de situatie zonder duolegaat krijgt Rita 85.500 euro meer in het Vlaams Gewest, 359.375 euro meer in het Waals Gewest en zelfs 365.000 euro meer in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest"

De enige verliezer is dus de schatkist die aanzienlijke bedragen derft. Niet onbelangrijk: testamentaire beschikkingen kunnen volgens de huidige antimisbruikbepalingen niet als fiscaal misbruik beschouwd worden. Fiscaal misbruik kan immers enkel voorkomen bij een door de belastingplichtige gestelde rechtshandeling. Maar bij een testament is niet de opsteller van het testament (Jan dus) de belastingplichtige maar wel diens erfgenamen of legatarissen (Rita en het goede doel). En aangezien deze laatsten de rechtshandeling (het opstellen van het testament) niet gesteld hebben kan er van fiscaal misbruik geen sprake zijn.

Zijn er burgerrechtelijke voor- en nadelen aan het duolegaat verbonden?

Naast het onmiskenbare fiscale voordeel, zijn er ook burgerrechtelijke voor- en nadelen waarmee rekening gehouden moet worden. Een voordeel van het duolegaat is dat het opgenomen wordt in een testament met als gevolg dat Jan steeds zijn testament kan herroepen of aanpassen, althans voor zover hij op dat ogenblik nog handelingsbekwaam is. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij een ernstige verstoring van de verstandhouding met Rita of naar aanleiding van een nadelige wijziging van de toepasselijke burgerrechtelijke of fiscale regelgeving. Verder blijft Jan tot op het moment van zijn overlijden volle eigenaar van zijn vermogen (de effectenportefeuille).

Een nadeel van het “klassieke” duolegaat is dat het goede doel als algemene legataris wordt aangeduid. Een algemeen legaat houdt in dat het goede doel in principe alle goederen die de nalatenschap van Jan uitmaken verkrijgt, behalve dan de goederen die (o.a.) via het bijzonder legaat aan Rita worden vermaakt. Het goede doel komt dus in bezit van alle goederen van Jans nalatenschap (ook wel de “saisine” genoemd). Het goede doel wordt daardoor verantwoordelijk voor de vereffening en verdeling van de door Jan nagelaten goederen. Zo kan het goede doel vrij beslissen om bepaalde goederen te gelde te maken (om aan Rita een nettobedrag te kunnen uitbetalen), met het gevaar dat daar soms goederen bij kunnen zitten die misschien een bepaalde emotionele waarde voor Rita hebben. Daarnaast moet het goede doel ook de fiscale aangifte van nalatenschap indienen. Zeker voor kleinere goede doelen kunnen al deze formaliteiten soms een (te) zware administratieve last betekenen en zou het goede doel wel eens het legaat kunnen verwerpen. Het is daarbij uiteraard niet mogelijk om het goede doel te verplichten het legaat te aanvaarden.

"Als algemeen legataris is het goede doel verantwoordelijk voor de vereffening en verdeling van de door de erflater nagelaten goederen."

Daarom dat er soms wordt overgegaan tot een "omgekeerd" duolegaat. In dat geval wordt Rita als algemene legataris aangesteld terwijl het goede doel een deel van de effectenportefeuille als bijzonder legaat ontvangt. Het goede doel zal hier wel nog steeds de last opgelegd krijgen om de successierechten die Rita verschuldigd is te betalen aan de bevoegde belastingadministratie. Fiscaal gezien levert dit dezelfde besparing op als het “klassieke” duolegaat maar burgerrechtelijk gezien leidt dit tot andere gevolgen. Zo zal Rita als algemene legataris in het bezit gesteld worden van de goederen van de nalatenschap van Jan. Rita houdt dus de touwtjes in handen en kan bijvoorbeeld vrij beslissen welke goederen in het kader van de vereffening en verdeling verkocht kunnen worden en welke niet. Wel zal ze moeten instaan voor de formaliteiten (vereffening en verdeling van de nalatenschap, indienen van de fiscale aangifte). Voor het goede doel is dat laatste natuurlijk wel mooi meegenomen.

"Bij een ‘omgekeerd’ duolegaat is het goede doel niet de algemene legataris, maar de bijzondere legataris."

Het omgekeerd duolegaat kan op twee manieren worden geformuleerd. Ofwel krijgt het goede doel als bijzonder legaat een bepaald bedrag dat op het moment van het opstellen van het testament reeds vaststaat. Met dat bedrag betaalt het goede doel dan zowel de eigen als de door Rita verschuldigde successierechten. Deze versie van het omgekeerde duolegaat wordt in alle Gewesten aanvaard. Ofwel voorziet het omgekeerd duolegaat dat het goede doel enerzijds een vast welbepaald nettobedrag ontvangt, en anderzijds een bedrag dat nog niet vaststaat op het moment van het opstellen van het testament (het "bepaalbare" bedrag) en waarmee het goede doel dan zijn eigen en de door Rita verschuldigde successierechten zal voldoen. Dit bedrag zal afhangen van de definitieve berekening van de successierechten na het overlijden van Jan.

Aanvankelijk had de fiscus het hier moeilijk mee en dit op basis van een zeer strikte interpretatie van de toepasselijke wettekst. De fiscus beschouwde enkel het vaste welbepaalde bedrag als bijzonder legaat en hield geen rekening met het “bepaalbare” bedrag. Dit laatste werd bijgevolg onderworpen aan de (hogere) progressieve successierechten verschuldigd door de algemene legataris (Rita in ons voorbeeld). Een aantal jaren geleden werd de fiscus echter door bepaalde rechtspraak in het ongelijk gesteld. In het Vlaams Gewest heeft de Vlaamse belastingdienst zich neergelegd bij deze gerechtelijke uitspraken. Wel vereist de Vlaamse belastingdienst dat in de fiscale aangifte van nalatenschap de wijze van berekening en het berekende bedrag van het bijzonder legaat duidelijk worden omschreven. Maar opgelet, deze versie van het omgekeerde duolegaat wordt wel nog steeds niet aanvaard in het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest ... En ten slotte wordt deze discussie voor wat het Vlaams Gewest betreft in de toekomst wellicht irrelevant, gelet op de ontwikkelingen die hierna worden toegelicht.

Einde van het duolegaat in het Vlaams Gewest

Zoals hierboven vermeld, is de schatkist de grote verliezer in het verhaal van het duolegaat. Dit was de Vlaamse Regering ook opgevallen. In het regeerakkoord voor de periode 2019-2024 van de Vlaamse Regering van oktober 2019 werd daarom beslist om de regeling rond de duolegaten aan te passen. De Vlaamse Regering wenste naar eigen zeggen “het zuiver altruïstisch element van deze legaten te herstellen en te versterken met een tariefverlaging”. Anders gezegd, de Vlaamse Regering is van oordeel dat duolegaten voornamelijk fiscaal geïnspireerd zijn, namelijk gericht op het temperen van de hoge tarieven van toepassing op de verdere verwanten/vreemden van de erflater. En daarnaast hoopt de Vlaamse Regering ook dat deze maatregel 75 miljoen euro in het laatje zal brengen …

De intentie van het Vlaams Gewest veroorzaakte echter grote ongerustheid, niet in het minst bij de goede doelen zelf. Zij vreesden immers dat zonder het fiscaal voordeel van het duolegaat ten opzichte van de eigen familieverwanten, toekomstige erflaters minder geneigd zullen zijn om goede doelen te bevoordelen, zelfs met een tariefverlaging voor legaten aan dergelijke goede doelen. Op 18 september 2020 besliste de Vlaamse Regering uiteindelijk om de erfbelasting op een legaat aan een goed doel van 8,5% naar 0% te brengen. Ook de schenkbelasting op een schenking aan een goed doel wordt verlaagd van 5,5% naar 0%. Op zich is dit goed nieuws, maar in lijn met het regeerakkoord besliste de Vlaamse Regering om ook de fiscale optimalisatie die het duolegaat mogelijk maakte, aan te pakken.

De Vlaamse Regering besliste om de erfbelasting op een legaat aan een goed doel van 8,5% naar 0% te brengen. Ook de schenkbelasting op een schenking aan een goed doel wordt verlaagd van 5,5% naar 0%. Maar tegelijkertijd wordt ook het duolegaat aangepakt...

De Vlaamse Regering besliste om de erfbelasting op een legaat aan een goed doel van 8,5% naar 0% te brengen. Ook de schenkbelasting op een schenking aan een goed doel wordt verlaagd van 5,5% naar 0%. Maar tegelijkertijd wordt ook het duolegaat aangepakt...

Er is op het moment van dit schrijven slechts een ontwerp van decreet voorhanden. Aangezien het een initiatief is van de Vlaamse decreetgever kan in elk geval enkel de fiscaliteit, dat een regionale bevoegdheid is, aangepast worden om zo het gunsteffect van het duolegaat teniet te doen. De Vlaamse decreetgever kan dus niet verbieden dat het goede doel de last krijgt om de erfbelasting van de zijverwanten te betalen. Dat is een burgerrechtelijk gegeven en dus een federale bevoegdheid. In het ontwerp van het nieuwe decreet wordt inderdaad de wijze van berekening van de erfbelasting aangepast. Grosso modo komt het neer op het volgende: het deel van het legaat aan het goede doel dat overeenkomstig de in het testament opgenomen last dient om de erfbelasting van de andere erfgenamen of legatarissen te betalen, wordt voortaan gebruteerd en toegevoegd aan de belastbare grondslag van die andere erfgenamen of legatarissen en afgetrokken van de belastbare grondslag in hoofde van het goede doel. Dit verloopt via een complexe berekening zoals hieronder wordt toegelicht.

Hernemen we ons voorbeeld van het ‚klassieke‘ duolegaat waarbij het goede doel een algemeen legaat van 1.000.000 euro ontvangt en Rita een bijzonder legaat van 1.000.000 euro. In principe is Rita op dat bijzonder legaat een erfbelasting van 535.500 euro verschuldigd, berekend volgens de gewone progressieve tarieven van toepassing in haar hoofde. Dit is ook het bedrag dat het goede doel in principe overeenkomstig de in het testament opgenomen last zal moeten betalen in de plaats van Rita. Het hoogste tarief gebruikt in de berekening van de erfbelasting in hoofde van Rita is 55%.

Volgens het nieuwe ontwerp van decreet moet nu een complexe fiscale berekening gemaakt worden met als doel het deel van het legaat aan het goede doel dat dient om de erfbelasting van Rita te betalen, aan de belastbare grondslag van Rita toe te voegen. Dit verloopt als volgt: eerst wordt de erfbelasting die Rita verschuldigd is gebruteerd volgens de formule 535.000 euro / (1 - 55%). Dit geeft een bedrag van 1.188.889 euro. Dit gebruteerde bedrag wordt begrensd tot wat het goede doel als algemeen legaat verkrijgt, dus een begrenzing tot 1.000.000 euro. Uiteindelijk wordt dit laatste bedrag toegevoegd aan de belastbare grondslag van Rita om zo de finaal door Rita verschuldigde erfbelasting te berekenen. Concreet bedraagt het bijzonder legaat aan Rita 1.000.000 euro en daar wordt dus het gebruteerde maar begrensde bedrag van 1.000.000 euro aan toegevoegd, zodat finaal de erfbelasting in hoofde van Rita op 2.000.000 euro (dus de volledige nalatenschap van Jan) zal berekend worden en dit volgens de gewone progressieve tarieven. De uiteindelijk door Rita verschuldigde erfbelasting bedraagt dus 1.085.500 euro. Opgepast, burgerrechtelijk gezien zal in principe het goede doel dit bedrag moeten betalen aan de fiscus, gelet op de in het testament opgenomen last.

De fiscale berekening van de erfbelasting in hoofde van het goede doel verloopt op een gelijkaardige manier met dat verschil dat het hierboven vermelde gebruteerde bedrag van 1.188.889 euro uiteraard afgetrokken wordt van het algemeen legaat aan het goede doel. Maar omdat het algemeen legaat aan het goede doel slechts 1.000.000 euro bedraagt en het gebruteerde bedrag 1.188.889 euro, wordt de aftrek begrensd tot 0 euro. Op deze 0 euro wordt dan de nieuw ingevoerde vrijstelling van erfbelasting in hoofde van het goede doel losgelaten, wat uiteraard een nuloperatie is. Erger nog, aangezien het goede doel burgerrechtelijk gezien nog steeds de last heeft om de erfbelasting die door Rita verschuldigd is te betalen, zou het zelfs nog eens 85.500 euro moeten opleggen! Het algemeen legaat aan het goede doel bedraagt immers slechts 1.000.000 euro terwijl het een last van 1.085.500 euro moet dragen. Het spreekt vanzelf dat het goede doel in dat geval het legaat zal weigeren. Kortom, door deze complexe regeling in te voeren geeft de Vlaamse decreetgever de doodsteek aan de fiscale optimalisatie via de techiek van het duolegaat.

Volgens het ontwerp van decreet zal deze nieuwe regelgeving in werking treden voor overlijdens vanaf 1 juli 2021. Dit kan onrechtvaardige gevolgen met zich meebrengen. Men denke maar aan een persoon die jaren geleden in alle vertrouwen een testament met duolegaat heeft opgesteld, maar vandaag de dag niet meer handelingsbekwaam is. Dit testament kan immers niet meer gewijzigd worden, zelfs niet door middel van een zorgvolmacht. Overlijdt deze persoon dus na 1 juli 2021 dan valt diens hele planning in duigen …

Ten slotte voor alle duidelijkheid: de fiscale inwoners van het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest hoeven zich voorlopig nog geen zorgen te maken. Tot op heden werden er in deze gewesten nog geen initiatieven genomen om het duolegaat te ontmoedigen.

Zijn er alternatieven voor het duolegaat?

Stel dat Jan als inwoner van het Vlaams Gewest een duolegaat in zijn testament heeft opgenomen. Wat kan hij vandaag nog doen? Zolang het decreet dat het duolegaat invalideert niet definitief is, kan Jan voorlopig nog even de kat uit de boom kijken. Stel dat het decreet definitief gestemd wordt, dan herroept Jan best zijn testament. Maar wat dan? Eén mogelijkheid is dat Jan bij leven al een schenking aan Rita doet, al dan niet voorzien met de nodige beschermingsclausules (zoals een voorbehoud van vruchtgebruik, een vervreemdingsverbod, een beding van conventionele terugkeer ...). Voor de civielrechtelijke en fiscale implicaties verwijzen we naar ons vorige artikel "Schenken van roerend vermogen". Een dergelijke schenking aan Rita kost in elk geval slechts 7% schenkingsrechten (in het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijk Gewest) of 5,5% in het Waals Gewest.

Maar daarmee botst Jan wel op het principe "gegeven is gegeven". Door de schenking verdwijnt de effectenportefeuille van Jan immers definitief uit zijn vermogen. Hoewel dit harde principe enigszins getemperd kan worden door een vruchtgebruik en de nodige beschermingsclausules, is hij toch geen volle eigenaar meer en kan hij dus het weggeschonken kapitaal als dusdanig niet meer verteren. Jan kan natuurlijk proberen om zo lang mogelijk te wachten met schenken en bij wijze van spreken op zijn sterfbed nog snel een schenking naar Rita organiseren (de schenking "in extremis"). Maar het spreekt vanzelf dat daar risico’s aan verbonden zijn. Wat als Jan immers plots overlijdt? Dan is alles voor niets geweest. Of wat als Jan juridisch handelingsonbekwaam zou worden (dementie, comateuze toestand)? Hier kan Jan wel zijn voorzorgen nemen door een zorgvolmacht te laten opstellen die toelaat dat er nog schenkingen aan Rita georganiseerd kunnen worden, zelfs indien Jan juridisch handelingsonbekwaam zou zijn op dat ogenblik. In elk geval dient Jan één en ander opnieuw te evalueren, liefst in samenspraak met zijn notaris of specialist in vermogensplanning.

Conclusie

Een duolegaat kan in sommige gevallen een interessant instrument zijn om een vermogensoverdracht naar verdere verwanten of vrienden te realiseren, althans voor zover schenkingen bij leven niet aan de orde zijn en de toekomstige erflater fiscaal niet woonachtig in het Vlaams Gewest is. Door het duolegaat worden de successierechten wel niet vermeden, enkel getemperd. Een wondermiddel is het dus zeker niet. Voor inwoners van het Vlaams Gewest ziet de toekomst er alvast minder rooskleurig uit. Heeft u als inwoner van dit gewest reeds een duolegaat in uw testament opgenomen, dan wordt dit best opnieuw bekeken en moeten eventuele alternatieve planningen overwogen worden. Laat u in elk geval steeds adviseren door uw notaris of een specialist in vermogensplanning.

Meer weten?

Als u vragen hebt of een doordachte vermogensplanning wilt opmaken, kunt u contact opnemen met uw adviseur, notaris en/of de dienst ‘Estate Planning - Private Banking’ van Deutsche Bank.


Deel dit artikel

Lees ook

De gids voor uw vermogen

De gids voor uw vermogen

Schenken in coronatijden: wat kan er?

Schenken in coronatijden: wat kan er?

17 september 2020 - leestijd 7 min.

17 september 2020 - leestijd 7 min.

De gids voor uw vermogen

De gids voor uw vermogen

De globale erfovereenkomst: groot potentieel maar ook een aantal struikelblokken

De globale erfovereenkomst: groot potentieel maar ook een aantal struikelblokken

23 juni 2020 - leestijd 6 min. 50

23 juni 2020 - leestijd 6 min. 50

Dit artikel vormt geen fiscaal of juridisch advies. De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de cliënt en kan in de toekomst wijzigen. Wanneer verwezen wordt naar een fiscaal stelsel, dan dient dat te worden begrepen als het fiscaal stelsel van toepassing op een gemiddelde retailcliënt in de hoedanigheid van een natuurlijk persoon die Belgisch ingezetene is.