Nieuwe fiscale angels bij schenkingen en erfenissen

Estate Planning & Vermogen - 27 april 2026

Nieuwe fiscale angels bij schenkingen en erfenissen

Geschreven door Kristof Simoens

Artikel gepubliceerd in Trends op 23 april 2026 door Ilse De Witte.

De meerwaardebelasting wordt niet alleen in gang gezet door de verkoop van financiële activa. Er zijn ook een aantal nieuwe aandachtspunten bij het doorgeven van roerende goederen zoals aandelen aan de volgende generatie.

Als kinderen de ouderlijke woning erven, worden ze samen eigenaar van de woning. “Dat is een eenvoudig voorbeeld van hoe een onverdeeldheid ontstaat”, zegt Griet Vanden Abeele, advocaat en partner bij Tiberghien. “Wanneer meerdere personen samen eigenaar zijn van één goed, spreekt men juridisch van een onverdeeldheid. Een onverdeeldheid is vaak het gevolg van een erfenis of een schenking. Bij een erfenis heeft iedereen het recht om de verdeling te vragen. Bij een schenking is dat anders. Ouders kunnen ervoor kiezen om te schenken in onverdeeldheid, zodat de kinderen een beetje aan elkaar vast zitten.” Als de kinderen beslissen de ouderlijke woning te verkopen en de opbrengst onder elkaar te verdelen, of als een van de kinderen de andere uitkoopt, treden ze uit de onverdeeldheid. Onroerende goederen zijn niet onderworpen aan de nieuwe meerwaardebelasting op financiële activa, roerende goederen wel. Voor een woning of een appartement is een verkoop de meest gebruikelijke manier om uit de onverdeeldheid te treden. Roerende goederen kunnen ook worden verdeeld zonder dat die goederen daarvoor per se verkocht hoeven te worden. De vraag is dus of en wanneer de fiscus de nieuwe meerwaardebelasting zal heffen op zo’n verdeling van roerende goederen.

Drie jaar

Stel dat ouders een gemeenschappelijke beleggingsportefeuille hebben, die ze in onverdeeldheid aan hun kinderen doorgeven. De kinderen riskeren dan in sommige gevallen meerwaardebelasting te betalen bij de verdeling van de portefeuille. “Als je aandelen uit die portefeuille met een meerwaarde verkoopt, is het normal dat daarop 10 procent meerwaardebelasting wordt ingehouden.

Die belasting wordt proportioneel aangerekend aan de onverdeelde eigenaars”, zegt Philippe Baervoets, head of estate planning bij Deutsche Bank. Dat is logisch, maar in sommige situaties is de toepassing van de meerwaardebelasting minder logisch. Soms schenken ouders een beleggingsportefeuille met behoud van vruchtgebruik, omdat ze op hun oude dag zeker willen rondkomen. Dat wil zeggen dat ze nog altijd inkomsten, zoals dividenden en rente, krijgen. De kinderen zijn dan blote eigenaars in onverdeeldheid. “Als de ouders op een zeker moment afstand doen van het vruchtgebruik, gebeurt het vaak dat de kinderen uit de onverdeeldheid treden. In dat geval kunnen de kinderen bij een latere verdeling geconfronteerd worden met de nieuwe meerwaardebelasting”, weet Philippe Baervoets.

De eenvoudigste oplossing? “Elk kind afzonderlijk een beleggingsportefeuille schenken. Dat is niet ideaal, want je verliest aan financiële slagkracht. Vanaf een groter vermogen krijg je toegang tot producten en diensten die voor kleinere vermogens niet beschikbaar zijn.”

“Een algemene vrijstelling voor het uittreden uit onverdeeldheid, zoals in Frankrijk, was beter geweest”
PHILIPPE BAERVOETS (DEUTSCHE BANK)

“De wetgever heeft in een vrijstelling voorzien voor de meerwaarde die wordt gerealiseerd bij het uit onverdeeldheid treden binnen de drie jaar na een overlijden, een scheiding of de beëindiging van een wettelijk of feitelijk samenwonen”, stelt Philippe Baervoets. Als er een gemeenschappelijke effectenrekening verdeeld moet worden, is in andere situaties dus mogelijk meerwaardebelasting van toepassing. “Een algemene vrijstelling voor het uittreden uit onverdeeldheid, zoals in Frankrijk, was beter geweest”, vindt Baervoets.

Volgens Griet Vanden Abeele heeft de minister van Financiën Jan Jambon (NVA) verduidelijkt dat de vrijstelling van meerwaardebelasting ook geldt wanneer kinderen uit onverdeeldheid treden binnen de drie jaar na het overlijden van de schenker. “Voor kinderen die gezamenlijk een beleggingsportefeuille geschonken kregen, kan dat dus ook een oplossing zijn.”

De kinderen doen er in elk geval verstandig aan binnen de drie jaar na het overlijden van de laatst overlevende ouder de nalatenschap netjes onder elkaar te verdelen. Als dat enigszins mogelijk is tenminste. “Drie jaar lijkt lang, maar in de praktijk is het een vrij korte periode”, vindt Griet Vanden Abeele. “Als er een discussie onder de erfgenamen is over de verdeling van de erfenis, haal je die deadline van drie jaar mogelijk niet.” Ook bij vechtscheidingen en andere juridische betwistingen tikt de klok ongenadig verder richting de deadline van drie jaar.

Symmetrische verdeling

Vanaf vier jaar na een overlijden of een scheiding zijn alleen nog symmetrische verdelingen vrijgesteld van meerwaardebelasting, meent de advocaat van Tiberghien. “Dat wil zeggen dat je gelijke pakketjes maakt voor alle betrokkenen.” Als het om een portefeuille met Bel20-aandelen gaat, moet elke erfgenaam dus evenveel aandelen van AB InBev, Elia, Lotus Bakeries enzovoort krijgen. In de praktijk kan het wenselijk zijn dat één kind alle aandelen van AB InBev krijgt, of zelfs de volledige beleggingsportefeuille, om versnippering tegen te gaan. De andere kinderen krijgen dan ter compensatie een groter deel van de rest van het vermogen. Binnen de drie jaar vormt dat geen probleem, maar daarna wel.

“Dat blijft mogelijk een discussiepunt, maar je kunt wel argumenteren dat bij een symmetrische verdeling ook na de drie jaar geen meerwaardebelasting verschuldigd is door te verwijzen naar de visie van professor Axel Haelterman”, meent Griet Vanden Abeele. “De minister van Financiën heeft in het parlement verschillende keren naar Haelterman verwezen. Haelterman zegt dat zo’n symmetrische verdeling enkel een eigendomsaanwijzend karakter heeft en dus geen eigendomsoverdracht inhoudt. De nieuwe meerwaardebelasting is enkel van toepassing bij een overdracht.”

De advocaat wijst er op dat de banken diezelfde logica in het verleden ook al hebben toegepast voor beleggingsfondsen die meer dan 10 procent van het kapitaal in obligaties investeren. Veel beleggers weten het niet, maar er bestaat al veel langer een meerwaardebelasting voor obligatiefondsen en gemengde fondsen met aandelen en obligaties. “Op de rentecomponent van wat wij 19 bis-fondsen noemen, betalen beleggers 30 procent roerende voorheffing als ze hun deelbewijzen verkopen”, zegt Griet Vanden Abeele. “Bij een symmetrische verdeling van die fondsendeelbewijzen onder de erfgenamen wordt die belasting niet toegepast. Als er drie kinderen zijn, krijgt elk kind een derde van de deelbewijzen.”

SUCCESSIEPLANNING

Door de meerwaardebelasting moet je voorzichtiger omspringen met de maatschap.

Maatschappen

“We krijgen veel vragen over de maatschap, en terecht”, vindt Philippe Baervoets. “De meerwaardebelasting heeft een laag complexiteit toegevoegd aan die structuur. De maatschap blijft een nuttig en interessant instrument, maar door de meerwaardebelasting moet je er voorzichtiger mee omgespringen.” De maatschap was tot nu toe fiscaal transparant of neutraal, wat betekent dat belastingplichtigen met of zonder maatschap in principe evenveel belasting zouden moeten betalen. “De maatschap is in bepaalde situaties niet langer fiscaal neutraal”, meent Philippe Baervoets. “Dat is bijvoorbeeld het geval als een van de vennoten wil uittreden, of als de maatschap wordt ontbonden en de onderliggende goederen worden verdeeld.” In zulke situaties krijgen de vennoten soms geen cash, terwijl ze toch meerwaardebelasting verschuldigd zijn.

“De maatschap is een georganiseerde vorm van onverdeeldheid. Het is een vennootschap met minstens twee verschillende vennoten. Elke ruil of verschuiving in het vermogen van de maatschap kan aanleiding geven tot meerwaardebelasting", legt Griet Vanden Abeele uit. “Vroeger gebruikten families bijna standaard de maatschap om de controle over het familiebedrijf of het familiefortuin stapsgewijs door te geven aan de volgende generaties. Dat is nu al veel minder het geval.” De Vlaamse belastingdienst (Vlabel) heeft zijn standpunten over de maatschap stevig aangescherpt, sinds de dienst in 2015 bevoegd is voor de erf- en schenkbelasting. Daardoor heeft de maatschap al aan aantrekkingskracht ingeboet. Griet Vanden Abeele: “Je kunt als onderdeel van een financiële planning nog altijd een maatschap oprichten die voldoet aan de voorwaarden van Vlabel door voldoende beslissingsbevoegdheid over je vermogen aan je kinderen door te geven.” Als de kinderen niet betrokken worden bij belangrijke beslissingen en de ouders die zelf blijven nemen, doet Vlabel alsof er geen schenking heft plaatsgevonden en moeten de kinderen na het overlijden van de ouders alsnog het volle pond aan erfbelasting betalen. In ons land ligt de erfbelasting een stuk hoger dan de schenkbelasting.

Sinds 2018 gelden er ook bijkomende administratieve verplichtingen voor de maatschap. Zo is een registratie in de kruispuntbank van ondernemingen (KBO) en het UBO-register verplicht. UBO staat voor ultimate beneficial owners of uiteindelijke begunstigden. “Je moet sindsdien ook een boekhouding voeren voor de maatschap”, merkt Philippe Baervoets op. “Al die bijkomende regels hebben de maatschap de voorbije tien jaar formeler en minder discreet gemaakt, maar daarom is het vehikel niet minder populair bij onze klanten als controlestructuur”, stelt Laszlo Claeys, adviseur bij Van Havermaet Family Office. “Daarbij speelt een klassiek spanningsveld. Mensen willen tijdens hun leven vermogen overdragen naar de volgende generatie, om ervoor te zorgen dat hun erfgenamen zo weinig mogelijk erfbelasting betalen. Tegelijk willen ze graag zoveel mogelijk baas blijven over dat vermogen.”

“Een maatschap boven een beleggingsportefeuille opdoeken kan nog. Er is dit jaar amper meerwaarde en dus ook geen meerwaardebelasting”
GRIET VANDEN ABEELE (TIBERGHIEN)

Twijfels en alternatieven

Op het eerste gezicht lijkt de maatschap door de nieuwe meerwaardebelasting niets aan populariteit te verliezen. “Er zijn nog geen cliënten die gevraagd hebben om hun maatschap op te doeken”, zegt Laszlo Claeys. “Ons kantoor heeft geen algemeen standpunt ingenomen, maar we overlopen met elke klant een beslissingsboom. Welke activa zijn onderliggend aanwezig? Gaat het enkel om een beleggingsportefeuille, dan bekijken we of bancaire oplossingen – zoals volmachten of het in pand geven van de portefeuille –beter geschikt zijn. Gaat het bijvoorbeeld over aandelen in het familiebedrijf, dan zijn aandeelhoudersovereenkomsten of een diepgaande uitwerking van de statuten van de vennootschap mogelijk een alternatief.”

Als een maatschap alleen gebruikt wordt om vastgoed of een kunstcollectie te beheren, menen onze gesprekspartners dat de fiscus geen meerwaardebelasting kan aanrekenen bij verschuivingen in het aandeelhouderschap van de maatschap. Andere vragen die Van Havermaet Family Office samen met de klanten overloopt, zijn: “Hoe groot is de maatschap? Waarom werd de maatschap destijds opgericht? Als het behoud van een zekere controle over het vermogen het doorslaggevende argument was, kun je niet zomaar beslissen om de maatschap stop te zetten vanwege de meerwaardebelasting. Daarnaast blijft het afwachten hoe de fiscus de meerwaardebelasting in de praktijk zal toepassen.”

Griet Vanden Abeele heeft weet van verschillende strategieën die haar cliënten willen hanteren om de meerwaardebelasting op een maatschap met een beleggingsportefeuille te vermijden. “Sommige cliënten overwegen om één maatschap per kind op te richten. In plaats van één maatschap voor drie kinderen bijvoorbeeld worden dat dus drie verschillende maatschappen. Dat lost al een deel van de problemen op, en dat kan nu nog. Sinds Nieuwjaar zijn de beurskoersen nauwelijks gestegen. Er is dus nauwelijks meerwaarde en dus ook geen meerwaardebelasting. Wanneer één vennoot liquiditeiten nodig heeft en de anderen niet, kunnen voorschotten of leningen een alternatief vormen voor een uittreding. We kunnen dan wachten tot alle vennoten klaar zijn om uit te treden of wachten tot een overlijden of een scheiding om de maatschap te ontbinden.”

“De stichting is geen volwaardig alternatief voor de maatschap in een familiale context.”
GRIET VANDEN ABEELE (TIBERGHIEN)

Overstap naar stichtingen

Ook als een nieuwe vennoot wil toetreden tot de maatschap, kan dat meerwaardebelasting veroorzaken zonder dat er activa verkocht worden. “In een familiale context gebeurt dat minder. Voor plus- en adoptiekinderen kiezen we doorgaans voor een andere structuur, omdat die erfenissen juridisch anders in elkaar zitten dan voor biologische kinderen. Maar maatschappen worden ook gebruikt voor managers die hun belangen in private equity structureren. Daar zien we veel vaker maten in- en uittreden. Voor de private-equitysector vormt die meerwaardebelasting een aanzienlijke hinder. Ik vermoed dat ze in die sector voortaan vaker met stichtingen zullen werken”, concludeert Griet Vanden Abeele.

Voor familiebedrijven vindt de advocaat een stichting lang niet altijd een goede optie. In plaats van aandelen in het bedrijf krijgen de familieleden certificaten van de stichting. “Bij een stichting moeten alle opbrengsten van het familiebedrijf onmiddellijk worden doorgestort naar de certificaathouders. Met een maatschap kun je de zeggenschap over dividenden of de opbrengsten uit een verkoop van het bedrijf central houden. Zeker als de certificaathouders nog erg jong zijn, vangen we die opbrengsten toch liever op in een maatschap. De stichting is geen volwaardig alternatief voor de maatschap”, vindt Vanden Abeele. Bovendien brengt de oprichting van een stichting aanzienlijk meer kosten en administratieve verplichtingen mee dan die van een maatschap.

Deel dit artikel

De fiscale behandeling hangt van de individuele situatie van de betrokken persoon en in de toekomst kan wijzigen.

Dit artikel vormt geen fiscaal of juridisch advies. Neem voordat u belegt contact op met uw belastingadviseur over uw persoonlijke situatie.

×