Brusselse erfbelasting treft vooral de grotere vermogens

Estate Planning & Vermogen - 2 juni 2026

Brusselse erfbelasting treft vooral de grotere vermogens

Geschreven door Frida Deceunynck

Artikel gepubliceerd in DS Avond (De Standaard) op 27 mei 2026 door Frida Deceunynck.

Voor de erfbelasting op ‘kleine’ vermogens vallen de schenkings- en successierechten in Brussel nog redelijk mee. Maar grotere vermogens komen er bekaaid van af. De fiscaliteit op erfenissen is in ons land een regionale beleidsbevoegdheid. Ieder gewest hanteert zijn eigen tarieven en vrijstellingen. In het Brussels Gewest zijn de regels en de tarieven over het algemeen nadeliger dan in Vlaanderen.

Waar zitten de verschillen?

“Het belangrijkste verschil is dat het Brussels Gewest geen opsplitsing kent tussen roerende en onroerende goederen”, zegt notaris Katrin Roggeman. “In het Vlaams Gewest worden erfenissen in rechte lijn (tussen (groot)ouders en (klein)kinderen) en tussen partners opgedeeld in een roerend en een onroerend deel. Beide stukken worden apart belast, te beginnen vanaf de laagste tarieven. Het Brussels Gewest past dat principe niet toe en telt roerende en onroerende goederen samen voor de belastingberekening.”

Roggeman: “Dat maakt een enorm verschil voor de belastingberekening en is belangrijk om rekening mee te houden bij je successieplanning. Als een vermogen evenwichtig is verdeeld over een roerend en een onroerend deel, kan de belastingdruk in Vlaanderen nog meevallen. In Brussel is het vaak een must om aan successieplanning te doen via schenkingen.”

Om te bepalen welk gewest de erfbelasting mag heffen, dus om te weten welke tarieven van toepassing zijn, wordt er gekeken naar de woonplaats van de overledene. Het gewest waar de overledene de laatste vijf jaar voor het overlijden het langst heeft gewoond, is aan zet. Dat principe geldt ook voor schenkingen: dan kijkt men naar de woonplaats waar de schenker de laatste vijf jaar voor de schenking het langst heeft gewoond.

Tarieven tot 80 procent

“Maar woonplaatsen kunnen veranderen”, waarschuwt notaris Roggeman. “Als de ouders verhuizen van het ene gewest naar het andere, kan de successieplanning helemaal anders uitdraaien dan was bedoeld. Een planning gebaseerd op de regeling in het Vlaams Gewest, is in Brussel vaak ontoereikend. We stellen vast dat successieplanners daar niet altijd voldoende voor waarschuwen.”

Sowieso zijn schenkingen in beide gewesten een populaire formule om de belastingdruk op erven te verlagen, zowel voor roerende als voor onroerende goederen. De besparing in Brussel is het grootst in zijlijn (tussen broers, zussen, tantes, nonkels …) en voor fiscale ‘vreemden’.

“Voor broers en zussen lopen de successierechten in Brussel op tot 65 procent”, zegt Benoît Verschueren van Deutsche Bank. “Erfgenamen die geen familieband hebben met de overledene betalen er zelfs 80 procent belasting op de schijf boven 175.000 euro. Dat is een pak meer dan in het Vlaams Gewest, waar het maximumtarief 55 procent bedraagt.”

Ook in rechte lijn komen grote vermogens er bekaaid van af in het Brussels Gewest. Boven de 500.000 euro betalen erfgenamen in het Brussels Gewest 30 procent successierechten, terwijl het toptarief in Vlaanderen ‘slechts’ 27 procent bedraagt. Voor vermogens van enkele miljoenen maken die drie procentjes een groot verschil uit.

Voor kleinere vermogens is de erfbelasting niet per definitie zwaarder in het Brussels Gewest. Tot 500.000 euro is de progressiviteit zachter in Brussel, omdat er in het Brussels Gewest zes tariefschijven zijn (tegenover slechts drie in Vlaanderen). Daardoor stijgt de fiscale druk voor ‘kleine’ erfenissen trager in Brussel dan in Vlaanderen.

“Voor erfenissen kleiner dan pakweg 500.000 euro die alleen uit roerende goederen bestaan, zoals beleggingen en spaargeld, vallen de successierechten in Brussel gewoonlijk iets lager uit dan in Vlaanderen”, zegt Verschueren. “Voor de gezinswoning geldt er een gunstregeling. Voor wettelijke samenwoners en gehuwden is de gezinswoning in Brussel vrijgesteld van successierechten, net als in de andere gewesten. Voor feitelijke samenwoners, (groot)ouders, kinderen en kleinkinderen gelden er verlaagde tarieven.”

Deel dit artikel

De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de betrokken persoon en kan in de toekomst kan wijzigen. Dit artikel vormt geen fiscaal of juridisch advies.

×