Téléphone

Deutsche Bank

Samengevat

  • De Verenigde Staten verscherpen hun protectionistische maatregelen; China geeft lik-op-stuk.
  • Sommige Amerikaanse fabrikanten maakten gebruik van de douaneheffingen om de prijs van hun producten te verhogen.
  • De economische impact van de tarieven blijft onder controle, maar het is opletten voor een nieuwe escalatie.

Donald Trump voerde onlangs de druk op China fors op door de douaneheffingen op een bedrag van 200 miljard dollar aan Chinese importproducten te verhogen van 10% naar 25%. Bovendien gaf hij aan het daar niet bij te zullen laten indien de handelsonderhandelingen tussen Washington en Peking de verkeerde kant uit zouden gaan. De Amerikaanse president is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. In feite is dit de meest recente beslissing in een protectionistisch offensief dat al in 2018 werd ingezet en zich in de eerste plaats, maar niet alleen, tegen China richt. Maar hebben deze maatregelen wel het verhoopte effect? Niets is minder zeker.

Douaneheffingen: wie betaalt de factuur?

Het arsenaal aan protectionistische maatregelen uit de VS is ondertussen behoorlijk uitgebreid. De Verenigde Staten stelden eerst douaneheffingen van 30% in op zonnepanelen en van 20% tot 50% op wasmachines, waarna ze hetzelfde deden voor staal (25%) en aluminium (10%). Daarna volgde een eerste schijf van 50 miljard aan Chinese goederen waarop een taks van 25% geheven werd. Om af te sluiten werden in september 2018 douaneheffingen van 10% aangekondigd op een bedrag van 200 miljard aan Chinese invoer en diezelfde goederen worden vanaf nu belast aan 25%. China ging, zoals verwacht, in de tegenaanval met douaneheffingen op een hele reeks Amerikaanse producten. De vraag is nu of concurrenten al konden profiteren van deze situatie en wie aan het einde van de rit de hogere factuur zal betalen.

Het doel van deze verhoging van de douaneheffingen op Chinese importproducten (waardoor ze dus duurder worden), is om het enorme bilaterale handelstekort van de Verenigde Staten met China terug te dringen en idealiter om de binnenlandse productie aan te zwengelen (made in the USA). Het handelsverkeer tussen de twee landen is sinds vorig jaar fors teruggelopen, maar in de praktijk stellen we vast dat de vraag in de Verenigde Staten, na de invoering van de douaneheffingen, niet zodanig verschoof dat Chinese uitvoerders gedwongen werden hun prijzen te verlagen. Het zijn vooral de invoerafhankelijke bedrijven en de Amerikaanse consumenten die de prijsstijging van importgoederen hebben gedragen. Ook als een product werd ingevoerd uit andere landen of als de productie terugkeerde naar de Verenigde Staten, moesten de Amerikanen dieper in de buidel tasten zelfs al geldt hier geen enkele douaneheffing.

Een sprekend voorbeeld

Van alle producten geviseerd door de Amerikaanse heffing, is de wasmachine misschien wel het meest veelzeggende voorbeeld. Geconfronteerd met oneerlijke concurrentie vanuit Mexico en Zuid-Korea hebben de VS al in 2012 antidumpingrechten tegenover deze twee landen ingesteld. China groeide daarop uit tot de belangrijkste leverancier van wasmachines en hun prijs daalde onafgebroken. Toen China op zijn beurt antidumpingrechten opgelegd kreeg in 2016, verplaatste de productie zich naar nog goedkopere landen zoals Thailand en Vietnam en bleven de prijzen verder dalen. Bij het opleggen van de douaneheffingen op de invoer van wasmachines, steeg niet alleen de prijs, maar maakten de Amerikaanse fabrikanten van het beschermende effect van de heffingen gebruik om de prijzen van hun eigen producten ook op te trekken. Erger nog, ze verhoogden in ongeveer dezelfde verhouding de prijs van droogkasten omdat die vaak samen met wasmachines worden verkocht. Resultaat: de totale weerslag van de heffingen op de consumptieprijzen bedroeg in dit geval meer dan 100%.

Gevoelige stijging van de economische kost voor de Verenigde Staten in geval van een verdere escalatie

Als het doel de middelen heiligt, dan ziet het ernaar uit dat de pijlen die Donald Trump afschoot China dan wel verzwakten, maar ook voor flink wat ‘collateral damage’ zorgden in eigen land. Het zijn de Amerikaanse consumenten en bedrijven die de stijging van de douaneheffingen tot nu toe grotendeels gedragen hebben en dus niet de Chinese producenten. Op de beurs ten slotte zijn het voornamelijk sectoren als technologie en industrie, sterk afhankelijk van de Chinese bevoorradingsketens, die te lijden hebben onder de oplopende handelsspanningen.

De onvoorspelbare kant van Donald Trump maakt dat ook in de toekomst rekening moet gehouden worden met alle mogelijke scenario’s. Als douaneheffingen worden ingesteld op de rest van de Chinese invoer, geraamd op meer dan 300 miljard dollar, en de uitvoerders deze niet absorberen via prijsdalingen, dan zou de economische kost voor de Verenigde Staten nog meer kunnen stijgen, temeer omdat het hier gaat om massaconsumptieproducten zoals smartphones, computers, speelgoed of textiel. Wetende dat de privéconsumptie 70% van het Amerikaanse BBP vertegenwoordigt, valt te hopen dat Trump niet de revolverheld zal blijven uithangen, want dan dreigt de Amerikaanse groei dan het kind van de rekening te worden.

Voldoet uw portefeuille nog steeds aan de economische realiteit?

Bel onze experts van Talk & Invest op 078 153 154

Maak een afspraak in uw Financial Center via 078 156 160

Lees ook