Téléphone

Deutsche Bank

De regelgeving evolueert razendsnel en daarom vinden we het belangrijk om deze informatie met u te delen.

Ontdek de auteurs van dit artikel:
Levi (33), haalde de diploma’s Masterclass Estate and Personal Financial Planning en een Executive Master in Wealth and Estate Management. Hij heeft meer dan 10 jaar ervaring in fiscaliteit en vermogensplanning en focust zich bij Deutsche Bank vooral op de civielrechtelijke en fiscale aspecten van een familiale vermogensplanning. Buiten de bank is Levi ook docent aan de Antwerp Management School. In zijn vrije tijd houdt hij van lopen en lezen.
Jonas (30), een gedreven sporter en actieve reiziger, heeft een Professionele Bachelor na Bachelor in Toegepaste Fiscaliteit en een Executive Master in Wealth and Estate Management. Met deze diploma’s op zak heeft hij vandaag al 8 jaar ervaring in fiscaliteit en vermogensplanning, met – net als Levi – een focus op de civielrechtelijke en fiscale aangelegenheden.


Het hervormde erfrecht is nu bijna één jaar in werking. Door een aantal wijzigingen in dit erfrecht en een gunstiger fiscaal klimaat is een grotere interesse merkbaar voor het opzetten van een fiscale planning van grootouders naar kleinkinderen. Deze techniek wordt ook wel ’generatiesprong’ genoemd en kan op verschillende manieren geïmplementeerd worden. Hoog tijd dus om een aantal mogelijkheden voor u op een rijtje te zetten.

We worden steeds ouder. Daarom is het tegenwoordig perfect denkbaar dat een kind bij het overlijden van zijn ouders de erfenis zelf niet meer echt nodig heeft. Als er ook kleinkinderen zijn, kan er dus ook voor geopteerd worden om een deel van het vermogen onmiddellijk na te laten aan de volgende generatie en dus een generatiesprong te organiseren.

De redenen hiervoor zijn vaak dezelfde. De (klein)kinderen kunnen een financieel extraatje vaak goed gebruiken, bijvoorbeeld voor de aankoop van een eerste woning, een verbouwing, een huwelijk, enz. en het kan bovendien ook een fiscale besparing opleveren op vlak van erfbelasting (zowel in de nalatenschap van de ouders als van de grootouders). Nalaten aan de volgende generatie kan op verschillende manieren. Het kan door zowel de grootouders als de ouder zelf. We bespreken hieronder twee scenario’s om een generatiesprong te realiseren.

Eerste scenario: van grootouders naar hun kleinkind

We gaan uit van het scenario dat de grootouders zelf een actieve planning voor hun kleinkind uitwerken. Dit houdt in dat de grootouders bij leven zelf een planningsinstrument gebruiken om een generatiesprong te organiseren en zo op eigen initiatief de kleinkinderen bevoordelen. De twee meest gebruikte planningsinstrumenten hiervoor zijn de schenking en het testament.

Zowel de schenking als het testament kunnen ervoor zorgen dat de grootouders de belastingdruk in hun nalatenschap verkleinen.

Zowel de schenking als het testament kunnen ervoor zorgen dat de grootouders de belastingdruk in hun nalatenschap verkleinen. Beide instrumenten gebruiken hiervoor hetzelfde basisprincipe: het kleinkind al betrekken in de familiale vermogensplanning en hierdoor de belastbare basis verkleinen.


Wanneer u een generatiesprong wil realiseren, is het wel aangewezen om rekening te houden met het minimale erfdeel van uw eigen kinderen. Het voorbehouden deel van de kinderen noemen we de ’reserve’ en dit kan hen niet ontnomen worden. Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht is de reserve van de kinderen herleid tot de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen dat u heeft. De individuele reserve per kind hangt wel af van het aantal kinderen (de helft van het vermogen moet immers gedeeld worden door het aantal kinderen). Via een testament of een schenking kunt u dus vrij beschikken over de andere helft, het beschikbare deel.

Maar opgelet: deze reserve heeft geen automatische uitwerking. Wanneer er een vermogensplanning met de kleinkinderen uitgewerkt wordt in overleg met de eigen kinderen, en waarbij er toch meer dan de helft aan de kleinkinderen toebedeeld zou worden, dan vormt de reserve meestal geen probleem omdat de kinderen hun reserve bij een overlijden dan vaak niet inroepen.

Een schenking heeft in principe een onmiddellijke uitwerking en kan dus zorgen voor een directe besparing op vlak van erfbelasting.

Het principe van beide technieken is hetzelfde, maar ze bereiken hun doel - het begunstigen van het kleinkind en het realiseren van een fiscale besparing - wel op een verschillende manier. Een schenking heeft in principe een onmiddellijke uitwerking en kan dus zorgen voor een directe besparing op vlak van erfbelasting. Een testament heeft daarentegen pas uitwerking op moment van het overlijden en zal daardoor pas een besparing realiseren op het moment van het overlijden. Elke techniek heeft zijn voor- en nadelen. We lichten ze hieronder kort toe.

De voor- en nadelen wanneer de grootouders aan hun kleinkind schenken

Deze eerste mogelijkheid is vanuit een fiscaal oogpunt vaak interessant. Enerzijds verkleinen de grootouders het na te laten vermogen, waardoor de erfgenamen (bv. de kinderen) op het einde van de rit minder erfbelasting betalen, en anderzijds is het vlak tarief van 3% voor de schenking van roerende goederen (bv. effectenrekening, cash) in rechte lijn zeer interessant.

Schenken moet volgens de regels van de kunst gebeuren. Welk type schenking u het best gebruikt, varieert van situatie tot situatie en bespreekt u best eerst met uw adviseur of uw notaris. Het is ook belangrijk te weten dat een schenking aan een kleinkind onherroepelijk is. Mocht de goede relatie met het kleinkind op een later moment wijzigen, dan heeft de schenker geen mogelijkheid meer om deze planning terug te draaien. Dit is dan ook onmiddellijk het grootste nadeel van deze techniek. Het belangrijkste voordeel van deze techniek is een onmiddellijke besparing in de erfbelasting (op voorwaarde dat er nog voldoende overblijft op het moment van het overlijden van de grootouder).

Samengevat: er wordt slechts 3% schenkbelasting betaald op het geschonken kapitaal om ervoor te zorgen dat er later een minder groot deel van hun vermogen kan belast worden aan de hogere tarieven van de erfbelasting (oplopend tot 27%). Maar indien u een schenking wenst te gebruiken om een generatiesprong te organiseren, hou dan zeker ook rekening met andere dan fiscale aspecten.

En wat als de grootouders een testament maken om hun kleinkind te begunstigen?

Een tweede mogelijkheid is dat de grootouders gebruik maken van een testament om hun kleinkind te begunstigen. De erfbelasting die de erfgenamen moeten betalen stijgt naarmate het erfdeel groter wordt. De oplossing om op die belasting te besparen is dus eenvoudig: door gebruik te maken van een testament kunnen de grootouders het vermogen in kleinere stukken verdelen dan wat het wettelijk erfrecht standaard voorziet. Kleinere erfdelen betekenen dus in principe ook een lagere belasting.

Ons wettelijk erfrecht bepaalt dat de kleinkinderen in principe niet erven van hun grootouders wanneer hun eigen kinderen nog in leven zijn. Wensen grootouders toch een deel van hun vermogen aan het kleinkind na te laten dan kunnen ze dit eenvoudig organiseren door elk een testament op te maken. Het testament zorgt voor een versnippering, omdat er meer erfgenamen betrokken worden in de nalatenschap. Het resultaat hiervan is dat er globaal gezien minder erfbelasting betaald moet worden.

Bovendien kan dit ook nog een fiscale besparing opleveren. In het Vlaams Gewest kan de grootouder een bedrag tot 12.500 euro belastingvrij aan een kleinkind overmaken, maar enkel als het kleinkind niets anders erft van de grootouder. Voor bedragen boven 12.500 euro moet er wel erfbelasting betaald worden. Deze fiscale optimalisatie kan door beide grootouders gebruikt worden waardoor er per kleinkind in totaal 25.000 euro (12.500 euro per grootouder) vrijgesteld kan worden van erfbelasting. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest is er geen dergelijke belastingvermindering of –vrijstelling voor de kleinkinderen die van hun grootouder erven wanneer hun ouder (de zoon of dochter van grootouder) nog in leven is en de nalatenschap van grootouder niet verwerpt.

Samengevat: de grootouders stellen elk een testament op om ervoor te zorgen dat er later een minder groot deel van hun vermogen kan belast worden in hogere tarieven van de erfbelasting (oplopend tot 27%). Dit komt doordat ze hun nalatenschap verdelen onder een groter aantal personen. Naast de eigen kinderen zal ook het kleinkind al erven. Hoe meer kleinkinderen, hoe groter de besparing kan zijn. Bovendien heeft het testament als groot voordeel dat het een heel flexibele techniek is. U kunt een testament tijdens uw leven nog altijd aanpassen, herroepen of verfijnen, wat niet mogelijk is met een schenking.

Tweede scenario: van de ouders naar hun kind (het kleinkind)

Hier gaan we ervan uit dat de grootouders tijdens hun leven zelf geen actieve planning met de kleinkinderen hebben uitgewerkt. De kinderen kunnen na het overlijden van hun ouders echter zelf bepaalde maatregelen treffen om hun eigen kinderen (de kleinkinderen) te bevoordelen. De ouders kunnen bijvoorbeeld zelf een vrijwillige generatiesprong organiseren voor hun kinderen. Daarnaast voorziet het hervormde erfrecht ook een bijkomende mogelijkheid om een deel van de erfenis van de grootouder op een fiscaalvriendelijke manier door te schenken aan de kleinkinderen. Dit zijn de mogelijkheden:

Een vrijwillige erfenissprong door de ouders

Wanneer de ouder van de kleinkinderen de nalatenschap van zijn eigen ouder (grootouder) verwerpt, zullen de kleinkinderen de plaats innemen van de verwerpende ouder. Door de verwerping zullen de kleinkinderen rechtstreeks van hun grootouder erven en wordt er geen twee keer erfbelasting betaald op dezelfde erfenis (nl. de eerste keer bij het overlijden van grootouder en een tweede keer bij het overlijden van de ouder).

Op het eerste gezicht lijkt dit fiscaal gezien interessant, maar er zit een fiscale adder onder het gras. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en in het Waals Gewest bestaat er namelijk een regel die ervoor zorgt dat de verwerping door de ouder geen verlaging van de verschuldigde successierechten mag teweegbrengen. De kleinkinderen zullen samen minstens evenveel successierechten verschuldigd zijn als wanneer de ouder niet zou hebben verworpen en dus zelf zou hebben geërfd. Fiscaal wordt er door de verwerping bijgevolg geen besparing gerealiseerd in het Waals - en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In het Vlaams Gewest is deze fiscale regel eind 2017 echter afgeschaft. De generatiesprong door verwerping is in Vlaanderen dus in sommige gevallen wél fiscaal interessant geworden. De kleinkinderen betalen erfbelasting alsof ze rechtstreeks van de grootouders zouden erven.

Een minpunt aan deze werkwijze is dat het niet mogelijk is om de erfenis ‘gedeeltelijk’ te verwerpen of te aanvaarden. Het is dus steeds een ‘alles of niets’-verhaal en dit houdt heel wat ouders tegen om de erfenis van hun ouder (grootouder) te verwerpen in het voordeel van hun eigen kinderen (de kleinkinderen).

Een concreet voorbeeld: Xavier, de grootouder, heeft twee kinderen, Delphine en Justine. Zij hebben allebei ook twee kinderen. Bij het overlijden van Xavier bestaat de nalatenschap uit een roerend vermogen van €1.000.000. Delphine verwerpt de erfenis en haar 2 kinderen komen dus in haar plaats. De erfenis wordt als volgt verdeeld: €500.000 voor Justine, en €250.000 voor elk kind van Delphine. Wat betekent dit nu op vlak van de erfbelasting?

  • Vlaanderen: Justine wordt belast op €500.000. De verschuldigde erfbelasting bedraagt €87.000. De kinderen van Delphine krijgen elk €250.000. Zij betalen op deze som elk €19.500 (samen dus €39.000, wat een belastingbesparing van €48.000 betekent).
  • Wallonië: Justine wordt belast op €500.000. De verschuldigde erfbelasting bedraagt €86.250. De kinderen van Delphine krijgen elk €250.000. Zij betalen op deze som elk €43.125 (samen dus €86.250, alsof Delphine niet heeft verworpen).
  • Brussel: Justine wordt belast op €500.000. De verschuldigde erfbelasting bedraagt €85.300. De kinderen van Delphine krijgen elk €250.000. Zij betalen op deze som elk €42.650 (samen dus €85.300, alsof Delphine niet heeft verworpen).

De doorgeefschenking van de ouders

Vanaf 1 september 2018 is in het Vlaams Gewest ook een gedeeltelijke generatiesprong mogelijk. Om zo’n gedeeltelijke generatiesprong te kunnen doorvoeren, moet de ouder in eerste instantie de erfenis van zijn of haar ouder (de grootouder) volledig aanvaarden. Het aanvaarden van een erfenis impliceert natuurlijk wel dat er erfbelasting verschuldigd zal zijn.

In een tweede fase kan de ontvanger van de erfenis (de ouder) zelf beslissen welk deel er wordt doorgegeven aan één of meer van zijn of haar afstammelingen (inclusief stief- en zorgkinderen).

Dit gebeurt via een ‘doorgeefschenking’. Niks bijzonder op het eerste gezicht, ware het niet dat er voor de ‘doorgeefschenking’ een vrijstellingsregime in de schenkbelasting werd uitgewerkt. In bepaalde situaties en onder bepaalde voorwaarden leidt dit ertoe dat de ‘doorgeefschenking’ zelfs volledig belastingvrij kan gebeuren.

In bepaalde situaties en onder bepaalde voorwaarden leidt dit ertoe dat de ‘doorgeefschenking’ zelfs volledig belastingvrij kan gebeuren.

Hoe zit dit nu juist in elkaar? De ouder krijgt één jaar de tijd, te rekenen vanaf het overlijden, om de nalatenschapsgoederen (of een deel ervan) waarop erfbelasting werd betaald, door te schenken via een notariële akte. Er is geen schenkbelasting verschuldigd in de mate dat de waarde van de geschonken goederen niet hoger is dan de waarde van de met erfbelasting belaste goederen. Het bedrag van de vrijstelling in de schenkbelasting kan bovendien nooit hoger zijn dan het bedrag van de betaalde erfbelasting.

Voorbeeld: Delphine erft bij het overlijden van haar vader Xavier een geldsom van €150.000. Binnen het jaar schenkt zij vervolgens €200.000 aan haar zoon via de notaris. Volgens de gewone regels zou er voor deze schenking €6.000 schenkbelasting verschuldigd zijn (3% van €200.000). Het volledige bedrag van schenkbelasting kan echter niet vrijgesteld worden omdat Delphine meer schenkt dan wat zij uit de nalatenschap van Xavier verkreeg. De vrijstelling zal slechts €4.500 bedragen, gelet op de verhouding tussen de geschonken goederen en de geërfde goederen ((150.000/200.000) x 6.000 = 4.500). Er zal bijgevolg nog €1.500 schenkbelasting verschuldigd zijn.

Verschillende behandeling tussen roerende en onroerende goederen

Enkel de onroerende goederen die verkregen werden uit de nalatenschap, kunnen worden doorgeschonken met toepassing van het betrokken vrijstellingsregime in de schenkbelasting. Onroerende goederen die volledig vreemd zijn aan de nalatenschap, kunnen dus niet worden doorgeschonken met vrijstelling van schenkbelasting.

Voor roerende goederen geldt dit criterium echter niet. Indien men roerende goederen wenst door te schenken, is het niet vereist dat deze deel uitmaakten van de nalatenschap. Het is dus perfect mogelijk om roerende goederen door te schenken met vrijstelling van schenkbelasting, ook indien men alleen (of voornamelijk) onroerende goederen verkrijgt uit een nalatenschap.

Dit voorbeeld zal het duidelijk maken: Delphine erft een onroerend goed uit de nalatenschap van haar vader Xavier ter waarde van €400.000. Zij betaalt hierop €60.000 erfbelasting. Delphine wenst dit onroerend goed zelf te behouden. Zij bezit echter ook een effectenportefeuille van €200.000 die ze wel reeds in blote eigendom (d.w.z. met voorbehoud van vruchtgebruik) wenst te schenken aan haar twee kinderen.

De schenking van deze effectenportefeuille binnen het jaar na het overlijden van Xavier kan nu ook met vrijstelling van schenkbelasting plaatsvinden, ondanks het feit dat Delphine alleen onroerend goed verkregen had uit de nalatenschap. De vrijstelling in de schenkbelasting is wel beperkt in de mate dat de waarde van de geschonken goederen niet hoger is dan de waarde van de met erfbelasting belaste goederen en de verschuldigde schenkbelasting het bedrag van de betaalde erfbelasting niet overstijgt. In ons voorbeeld betekent dit dat de volledige schenking zal kunnen worden vrijgesteld van schenkbelasting omdat de waarde van de effectenportefeuille (€200.000) kleiner is dan de waarde van het onroerend goed (€400.000) en de theoretisch verschuldigde schenkbelasting (€6.000) lager is dan de betaalde erfbelasting (€60.000).

Tot voor kort was het fiscale gunstregime van de doorgeefschenking enkel voorbehouden voor inwoners van het Vlaams Gewest. Maar daar komt binnenkort verandering in. Het Waals Parlement heeft namelijk op 3 mei 2019 ingestemd met de invoering van een generatiesprong via een doorgeefschenking voor het Waals Gewest. De datum van inwerkingtreding is echter nog niet gekend en er zijn momenteel ook nog een aantal onduidelijkheden. Wat wij u wel alvast kunnen meegeven, is dat de doorgeefschenking via een notariële akte zal moeten plaatsvinden ten laatste 90 dagen nadat de aangifte in de nalatenschap is ingediend.

Hebt u vragen?

  • Neem contact op met uw Financial Center op het nummer 078 156 160.
  • Bent u DB Personal cliënt, dan kan u contact opnemen met uw DB Personal adviseur of zijn team op het nummer 078 15 11 11
  • Bent u Private Banking cliënt, neem dan contact op met uw Private Banker

De vorige editie van ‘De gids voor uw vermogen’: Wat is het nut van een testament?

We zoomen in op deze specifieke techniek van vermogensplanning en maken daarom kennis met Jacques en Eva.

Lees het artikel

Dit artikel vormt geen fiscaal of juridisch advies. De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de cliënt en kan in de toekomst wijzigen. Wanneer verwezen wordt naar een fiscaal stelsel, dan dient dat te worden begrepen als het fiscaal stelsel van toepassing op een gemiddelde retailcliënt in de hoedanigheid van een natuurlijk persoon die Belgisch ingezetene is.

Lees ook