Samengevat

  • Door de recente wijzigingen in het ondernemingsrecht gaat een stuk discretie verloren waarvoor burgerlijke maatschappen staan.
  • Niettemin kan de maatschap in bepaalde gevallen nog steeds een interessant planningsinstrument zijn. Dat komt omdat de maatschap nog altijd van een grote contractuele vrijheid geniet.

In het kader van vermogensplanning kan een burgerlijke maatschap soms een interessante oplossing zijn. De maatschap is namelijk een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. In het verleden werd ze vaak door ouders opgericht om op een discrete manier hun roerend vermogen te schenken aan de volgende generatie.

Tegenwoordig wordt de maatschap als instrument voor vermogensplanning echter onderworpen aan nieuwe verplichtingen. Die hebben een belangrijke impact op bestaande en nieuwe maatschappen waardoor een deel van de discretie verloren kan gaan.

Verplichte inschrijving in de KBO

Door de hervorming van het ondernemingsrecht wordt een maatschap voortaan beschouwd als een ‘onderneming’. Daardoor is ze verplicht om zich, vóór de aanvang van haar werkzaamheden, in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het is op dit moment nog niet helemaal duidelijk welke gegevens voor het publiek toegankelijk zullen zijn.

Nieuwe maatschappen (vanaf 1 november 2018) moeten onmiddellijk in de KBO ingeschreven worden. Maatschappen die al bestonden op deze datum hebben tot en met 30 april 2019 tijd om zich in te schrijven. Die inschrijving stelt u best niet te lang uit omdat het ondernemingsnummer vereist is voor de registratie in het UBO-register.

Het UBO-register

Net als in de andere lidstaten van de Europese Unie is België verplicht om een ‘register van uiteindelijke begunstigden’ in te voeren, ook wel het UBO-register genoemd.

Het UBO-register zal alle uiteindelijke begunstigden van elke vennootschap bijhouden, dus ook die van maatschappen. De uiteindelijke begunstigden van een maatschap zijn in principe alle natuurlijke personen met een belang van meer dan 25% van de stemrechten, of meer dan 25% van de deelgerechtigheden, of meer dan 25% van het kapitaal van de vennootschap.

In de praktijk betekent dit voor de meeste maatschappen dat zowel de ouders (omdat ze meestal het stemrecht uitoefenen op meer dan 25% van de deelgerechtigheden) als hun kinderen (omdat ze meer dan 25% van het kapitaal en/of deelgerechtigheden van de maatschap aanhouden) een uiteindelijke begunstigde zijn.


Welke informatie wordt raadpleegbaar?

Welke informatie van de uiteindelijke begunstigde moet dan in het UBO-register ingevoerd worden? De naam, voornaam en geboortedatum, de nationaliteit, het land van verblijf en het verblijfsadres, het rijksregisternummer, de begindatum waarop hij of zij uiteindelijke begunstigde werd en de aard en de omvang van het belang. Belangrijk: de waarde van de belangen hoeft niet gemeld worden.

Het UBO-register is in principe toegankelijk voor iedere burger (zonder motivering) die de administratieve kosten voor de raadpleging betaalt. Om de privacy van de uiteindelijke begunstigden te beschermen is de toegankelijke info echter beperkt tot:

  • de achternaam
  • de geboortemaand en het geboortejaar
  • de nationaliteit en woonstaat
  • de aard en omvang van het belang.

Die informatie kan bovendien enkel opgevraagd worden op basis van het ondernemingsnummer of de naam van de maatschap. Dit laatste aspect wordt dus belangrijker voor wie discretie op prijs stelt. De uiteindelijke begunstigden van een maatschap dienen voor de eerste keer uiterlijk op 31 maart 2019 ingeschreven te zijn.

Voortaan boekhouding voeren

De maatschap zal voortaan ook verplicht zijn om een boekhouding te voeren. In principe moet een dubbele boekhouding gevoerd worden, al zullen maatschappen met een jaaromzet van maximaal 500.000 euro een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren. Een vereenvoudigde boekhouding omvat in principe het houden van een aankoopboek, een verkoopboek, een financieel dagboek en een inventarisboek.

Maatschappen die opgericht werden vanaf 1 november 2018 moeten onmiddellijk aan deze verplichting voldoen. Maatschappen die al bestonden op die datum, moeten deze verplichting vervullen vanaf het eerste boekjaar dat aanvangt na 30 april 2019.

Het is momenteel niet duidelijk hoe en in welke mate deze nieuwe boekhoudkundige verplichtingen een impact zullen hebben op de maatschap.

Meer weten over onze dienst
Estate Planning - Private Banking?

Ontdek het hier

Lees ook

Dit artikel vormt geen fiscaal of juridisch advies. De fiscale behandeling hangt af van de individuele situatie van de cliënt en kan in de toekomst wijzigen. Wanneer verwezen wordt naar een fiscaal stelsel, dan dient dat te worden begrepen als het fiscaal stelsel van toepassing op een gemiddelde retailcliënt in de hoedanigheid van een natuurlijk persoon die Belgisch ingezetene is.