Téléphone

Deutsche Bank

Samengevat

  • De overwinning van de populistische partijen leest als een afstraffing voor de traditionele partijen. Zij halen weliswaar geen absolute meerderheid in het Italiaanse parlement.
  • Gevolg: een nieuwe periode van politieke onzekerheid breekt aan voor Italië. Los van welke partij de onderhandelingen gaat leiden, het zal wellicht weken of maanden duren om te zien of een coalitieregering kan gevormd worden, dan wel of een nieuwe stembusgang nodig is.
  • De financiële markten lijken niet zo bezorgd. Ze zijn meer gefocust op het beleid van de grote centrale banken en de protectionistische reflex van de VS.

De parlementsverkiezingen in Italië kennen hun verdict. De Italianen trokken naar de stembus om voor de komende vijf jaar de 630 leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de 315 leden van de Senaat te verkiezen en ze stemden massaal voor populistische partijen.

Twee partijen komen als de grote overwinnaars uit de verkiezingsstrijd. Ten eerste de Vijfsterrenbeweging die het opvallend beter deed dan verwacht en meer dan 32% van de stemmen behaalde. Vervolgens de Lega (vroeger de Lega Nord) die met een score van bijna 18% zijn centrumrechtse coalitiepartner Forza Italia klopte. Die behaalde slechts 14% van de stemmen. De grote verliezer is de Democratische Partij (PD) met minder dan 20% van de stemmen.

Dit resultaat lijkt een afstraffing van de traditionele partijen die Italië de voorbije jaren regeerden, maar leverde geen absolute meerderheid in het Parlement op (40% van de stemmen nodig). Een rechtstreeks gevolg daarvan is dat er een nieuwe periode van politieke onzekerheid aanbreekt voor het land. Los van welke partij de onderhandelingen gaat leiden, het zal wellicht weken of maanden duren om te zien of een coalitieregering kan gevormd worden, dan wel of een nieuwe stembusgang nodig is. De grote politieke leiders hebben alvast allemaal het idee van een grote coalitie uitgesloten.

De 3 belangrijke uitdagingen voor Italië

Italië staat voor drie belangrijke uitdagingen en het ziet ernaar uit dat die met de huidige politieke onzekerheid niet snel opgelost zullen worden.

1

Er moet vooruitgang geboekt worden in de structurele hervormingen, vooral op de arbeidsmarkt. De Democratische Partij nam sinds 2014 maatregelen om die arbeidsmarkt te versoepelen (deeltijdse arbeidscontracten, ontslagen om economische redenen), maar kreeg daarbij af te rekenen met halsstarrige oppositie. Bovendien blijven de ingrepen onvoldoende om de productiviteit op te voeren in een land met een van de hoogste arbeidskosten per eenheid product in de eurozone.

2

De kwetsbaarheid van de overheidsfinanciën van het land. De verhouding overheidsschuld/BBP bleef de voorbije jaren stabiel boven 130%, wat echter zeer hoog is. Een stijging van de rentevoeten als gevolg van de geleidelijke afbouw van het ultrasoepele beleid van de ECB en/of publieke herstelmaatregelen die heel wat partijen plannen, dreigen de situatie nog complexer te maken, vooral wanneer de economische groei op de sukkel blijft.

3

De Italiaanse banken gaan nog steeds gebukt onder dubieuze vorderingen. De regering nam maatregelen om dit probleem aan te pakken, bijvoorbeeld door de oprichting van de private fondsen Atlante I en II en van een publiek fonds voor de herkapitalisering van de banken. Maar het niveau van de dubieuze schulden blijft bij de hoogste in Europa (21% van het BBP) en dit zal hoe dan ook blijven wegen op de rentabiliteit van de banksector.

Beperkte reactie van de markten

Hoewel de anti-establishment partijen samen meer dan 50% van de stemmen behaalden, bleef de reactie van de financiële markten op de verkiezingsresultaten beperkt aangezien de uitslag niet volkomen onverwacht was. Het groen licht van de SPD voor de vorming van een grote coalitie met de CDU van Angela Merkel in Duitsland zorgde er misschien ook voor dat de impact werd afgezwakt. De Europese aandelenmarkten konden winsten boeken, terwijl de beurs van Milaan minder dan 1% inleverde. Sinds het begin van dit jaar presteert ze sterker dan de andere Europese aandelenmarkten.

Op het obligatiefront steeg de rente op Italiaanse staatsleningen op 10 jaar licht tot in de buurt van de 2%. De spread tussen Italië en Duitsland steeg tot 135 basispunten (1 basispunt = 0,01%), maar blijft ver verwijderd van crisisniveaus. Op de wisselmarkten bleef de euro relatief stabiel tegenover de US dollar. Het ziet ernaar uit dat de relatie tussen Italië en de EU op de proef zal worden gesteld, met name wat het toekomstige traject van de overheidsfinanciën betreft. Maar een Italiaanse uitstap uit de eurozone lijkt een erg onwaarschijnlijk scenario.

De evolutie van de politieke situatie in Italië zal uiteraard op de voet gevolgd worden. Maar op korte termijn zullen het monetaire beleid van de grote centrale banken, te beginnen met de Federal Reserve, en de economische risico’s naar aanleiding van de protectionistische reflexen van de Verenigde Staten veel bepalender zijn voor de trend op de financiële markten.

Lees ook