Téléphone

Deutsche Bank

Bezorg uw (klein)kinderen een appeltje voor de dorst

Article Headline

De 4 tips van Deutsche Bank

Gemengde, flexibele fondsen en dakfondsen zijn mogelijke alternatieven voor wie een hoger rendement zoekt voor de financiële reserve voor de kinderen of kleinkinderen.

Periodieke beleggingen laten je toe om de beleggingen in de tijd te spreiden: in plaats van eenmalig te investeren in een fonds, investeer je nu bv. iedere maand. Zo sluit je namelijk de ‘timing’ uit en spreid je de risico’s in de tijd.

Let altijd op de kosten van een beleggingsfonds. In- en uitstapkosten kunnen een grote hap uit je rendement nemen. Sommige banken – waaronder Deutsche Bank – rekenen 0% instapkosten aan op de meeste fondsen.

Wie absoluut niet wil beleggen, kiest best voor een spaarrekening die een hogere rente biedt dan de traditionele spaarrekening. Zo zijn er spaarformules die geregelde stortingen (met een maandelijks plafond) combineren met een hogere rente.

Veel mensen willen hun kinderen of kleinkinderen een financieel duwtje in de rug geven wanneer ze volwassen zijn. Maar hoe pakt u dat best aan?

Een mooi bedrag om de studie of een Erasmus-uitwisseling te financieren of om de eerste auto te kopen, ouders en grootouders willen hun kinderen of kleinkinderen graag helpen. Tijdig een spaarpotje aanleggen is de boodschap. Met de huidige rentevoeten valt van spaarrekeningen niet veel te verwachten. ‘Het spaarboekje is al zijn kapitalisatiekracht verloren. Dat is geen product voor wie spaarcenten optimaal wil laten renderen’, zegt Jo Stremersch van de onafhankelijke financiële planners Stremersch, Van Broekhoven en Partners. Hij ziet in de spaarrekening vooral een bestemming voor geld zonder specifiek doel of rendementsverwachting.

Aandelen voor de (klein)kinderen

Wie een hoger rendement nastreeft, belandt bij risicovollere beleggingsproducten. Sommige mensen moeten over een psychologische drempel heen om in aandelen te beleggen met het geld voor de kinderen of kleinkinderen. ‘Het druist in tegen de logica van de voorbije decennia, maar het zijn net de vastrentende producten die voor de lange termijn een gevaar inhouden’, zegt Stremersch. Hij verwijst naar obligaties, die de voorbije decennia een vaste waarde waren voor conservatieve beleggers: ze boden een goed rendement in combinatie met een volatiliteit die geringer was dan die van aandelen. Maar als de huidige historisch lage rentevoeten uiteindelijk weer stijgen, komt de hele obligatiemarkt onder hoogspanning. ‘Met een spaarrekening en obligaties amputeert u niet alleen het rendement van uw spaarcenten, u stevent zelfs af op verlies van spaarcenten’, waarschuwt Stremersch.

Hoe moet een beleggingsportefeuille voor de kinderen of kleinkinderen er dan uitzien? Daarvoor gelden de universele basisprincipes van gezond beleggen. Zorg voor een goede spreiding, bijvoorbeeld via beursgenoteerde fondsen (de zogenaamde indextrackers) of gemengde beleggingsfondsen. Doe aan risicospreiding in de tijd door op periodieke basis te beleggen. ‘Een reserve opbouwen voor de kinderen of kleinkinderen is per definitie een periodieke inspanning. Die kan u laten renderen op de beurs. Met een regelmatige belegging hangt het rendement niet af van één instapmoment en spreidt u de beleggingen over momenten dat de beurs goedkoop en duur is. Wie belegt voor de kinderen of kleinkinderen, heeft bovendien doorgaans een langere beleggingshorizon. Die laat toe om crisissen uit te zweten en op de lange termijn alsnog een hoger rendement te kunnen realiseren’, zegt Stremersch.

Op naam van het (klein)kind?

Ouders en grootouders hoeven niet noodzakelijk te kiezen voor ofwel een beleggingsaanpak, ofwel een spaarrekening. Beide zijn complementair: een spaarrekening voor de occasionele centjes en een beleggingsportefeuille voor de periodieke opbouw van een financiële reserve. Daarbij worstelen veel (groot)ouders ook met de vraag of ze die producten meteen op naam van de (klein)kinderen moeten zetten. ‘Een effectenrekening kan u beter op uw eigen naam laten staan. U belegt dan in het verlengde van uw eigen risicoprofiel, maar wel vanuit de morele overtuiging dat dat deel van de beleggingsportefeuille uiteindelijk naar de kinderen of kleinkinderen gaat. Van zodra u effecten beheert in naam van een (klein)kind, veronderstelt dat meestal een veel conservatievere aanpak. Die kan botsen met de economische en financiële realiteit’, zegt Stremersch.

Voor spaarrekeningen hangt de beslissing vooral af van wat de ouders of grootouders precies voor ogen hebben. Bij een rekening op naam van het kind kan u niet verhinderen dat de jongere vanaf zijn 18 jaar al het geld van de rekening haalt. Daar staat tegenover dat een eigen rekening deel kan uitmaken van de financiële opvoeding. Een rekening met derdenbeding kan een oplossing bieden (hoewel Deutsche Bank België om administratieve redenen beslist heeft om zo'n rekening niet in haar aanbod op te nemen). De rekening staat op naam van de ouders of grootouders die ze openen, maar het kind of kleinkind wordt aangeduid als begunstigde. Het geld wordt overgedragen op een leeftijd die de rekeninghouder zelf vastlegt en die hij indien nodig nog kan wijzigen. Zo’n rekening is heel geschikt voor de grootouders, die zelf geen rekening kunnen openen op naam van het kind.


‘Het druist in tegen de logica van de voorbije decennia, maar het zijn net de vastrentende producten die voor de lange termijn een gevaar inhouden.'

Jo Stremersch, Partner bij Stremersch, Van Broekhoven & Partners

‘Een mooi geschenk voor de (klein)kinderen? Een periodieke belegging in een flexibel fonds’

De spaarrentes staan historisch laag en dat zal nog een hele tijd zo blijven. Ouders en grootouders die de spaarcenten voor hun (klein)kinderen optimaal willen laten aangroeien, moeten dus alternatieven overwegen met een potentieel hoger rendement maar waar ook meer risico's aan verbonden zijn. ‘Wie spaart voor een kind dat nog heel jong is, heeft een hele lange horizon. Dat is een goed argument om niet alleen voor de spaarrekening te kiezen’, zegt Jean-Michel Segers, Head of Marketing & Strategy bij Deutsche Bank. ‘Aan beleggingen is altijd een risico verbonden. Maar wie voor een jong kind belegt, heeft daarvoor in principe een termijn van 18 of 20 jaar voor ogen. Dat is een heel lange periode, die toelaat om zelfs doorheen crisissen een substantieel hoger rendement te realiseren.’

Beleggingsfondsen zijn een mogelijk alternatief om de spaarinspanningen voor (klein)kinderen naar een hoger niveau te tillen. Welk fonds geschikt is, hangt af van het risicoprofiel van elke cliënt. Flexibele gemengde fondsen hebben enkele troeven. Ze investeren in zowel aandelen als obligaties, terwijl de professionele fondsbeheerder instaat voor de verdeling tussen de verschillende activaklassen, in functie van de marktomstandigheden. Dat is alvast een heikel vraagstuk waarover de belegger zelf het hoofd niet moet breken. ‘Ook dakfondsen zijn een alternatief voor wie het nemen van risico's met het spaargeld voor de kinderen of kleinkinderen in zekere mate wilt trachten te beperken. Zo’n fonds investeert in verschillende andere fondsen, wat een nog grotere diversificatie verzekert’, zegt Segers.

Voor welk fonds u ook kiest, systematische en periodieke stortingen zijn elementen die bijdragen tot een mogelijk succes. ‘Daarmee vermijd je dat een verkeerd instapmoment jarenlang een nefaste impact heeft op het rendement’, besluit Segers. Bij Deutsche Bank kan u al vanaf 100 euro per maand periodiek in fondsen beleggen.

Lees ook